Wapens




























Wapens

913De wapens werden beschreven van achter het schild, zodat rechts en links van plaats verwisselen.
Een halve adelaar gaat altijd uit van de deellijn en de kleuren zijn in goud van zwart, tenzij het anders werd vermeld. Drie stukken, zonder nadere aanduiding, staan gerangschikt 2 en 1, afwijkende opstellingen zijn nader omschreven.
Voor het overige wordt verwezen naar blz. 7.



Aa, van der [Vanderraa]
Geschaakt van goud en rood en een zilveren vrijkwartier, beladen met een staande zwarte vogel.
Aeb[b]inga
In goud een zwarte dubbele adelaar en een van blauw gekapte gouden schildvoet.
Aerssen
Gevierendeeld: I en IV in goud een zwarte dwarsbalk en over alles heen een in twee rijen van zilver en zwart geschaakt schuinkruis; II en III in goud drie zwarte eenden met geknotte poten.
Achtevelt
Doorsneden: A. in groen drie achtpuntige gouden sterren naast elkaar; B. effen zilver. Helmteken: een achtpuntige gouden ster.
Addinga
In blauw een geharnaste galopperende man te paard, zwaaiend met een zwaard hoven de gepluimde helm, alles van goud. Helmteken: een uitkomende draak met opgeheven vlucht.
Adelen
In blauw een goudgekroond zwart huismerk nr. 43, misschien een niet begrepen gotische minuskel a.
Aduard
In zilver een in drie rijen van goud en blauw geschaakte rechterschuinhalk, gaand over een kromstaf schuinlinks en de krul links, ook wel met een afhangend doekje; de staf soms over de schuinbalk. [Clairvaux, regionale variant].
Aduarderzijlvest
Gevierendeeld: I en IV Sint Joris te paard, strijdend met een draak: II en III in groen twee gegolfde zilveren dwarsbalken.
Aickema
In goud het borstbeeld van een moriaan met kleding en wrong van zilver, vergezeld van drie zilveren rozen. Helmteken: een uitkomend borstbeeld van een moriaan met kleding en wrong van zilver.
Aylva [1]
In groen een zilveren lelie.
Aylva [2]
In blauw een gouden ster, een zilveren roos en een gouden lelie onder elkaar.
Aylva [3]
Gedeeld: I een halve adelaar; II in blauw een zilveren lelie.
Aylva, Meckema van
Gedeeld: I Aylva [2]; II Meckema.
Ayta, Van
In blauw een met ťťn band gebonden korenschoof, rechtop.
Ackema, Van
Gedeeld: I doorsneden van zilver en blauw en over alles heen een omgewende zwarte, roodgetongde beer; II eveneens doorsneden van zilver en blauw en over alles heen een zwarte roodgetongde beer.
Ackinga
In blauw drie gouden leliŽn.
Albada
Gedeeld: I een halve adelaar; II doorsneden: a. een lelie; b. een roos.
Alberda
In blauw drie gouden leliŽn, vergezeld in het schildhart van een kleinere gouden ster. Helmteken: een gouden lelie. Dekkleden: blauw en goud.
N.B. De ster sedert c. 1702 ook wel minder klein. Zie: GDW nr. 4358.
Aldringa
In blauw een gouden adelaar. Helmteken: een uitkomende gouden adelaar.
Allersma
Gedeeld: I een halve adelaar; II twee sterren onder elkaar.
Alma
In goud een zwarte lelie.
N.B. Zie: Heeralma.
Alting [1]
Een rechterschuinbalk, beladen met drie buikige kannen met deksel en oor, geplaatst in de richting van de schuinbalk.
Alting [2]
Doorsneden: A. een ring; B. gekapt van blauw, blijkens de arcering. het veld beladen met een bol.
Ameyde
In zilver drie zwarte palen. Helmteken: een gouden vlucht.
Amelunxen, Von
Gevierendeeld: I en 1V in rood twee palen van vair [Von Amelunxen]; II en III tegengepaald van acht stukken van zilver en rood [Von Bussche]. Helmteken: twee geschaakte stierhoorns of trompen, waartussen zeven gouden lansen, aan ieder een vaantje van rood, beladen met twee zilveren palen.
Amsweer, Van
Op een liggende boomstam een staande adelaar met opgeheven vlucht, steunend met de snavel een niet op de boomstam staande voetboog.
Ap[p]eldooren
In goud een rode adelaar, GDW, nr. 2285; In zilver een rode adelaar, de borst beladen met een zilveren sleutel, GDW nr. 1172.
Apeltern
Een in twee rijen geschaakt schuinkruis. Helmteken: twee klaroenen, samen in de vorm van een omgekeerde keper.
Appingedam
In blauw in een groen nest een gouden pelikaan met drie gouden jongen.
Appius
Op een terras een boom, de stam tussen twee sterren.
Arnhem
In zilver een rode adelaar. Helmteken: een uitkomende adelaar.
Asbeck, Von
In met goud omboord zilver twee rijen van rode ruiten, schuinrechts aanstotend914 en aaneengesloten, de eerste rij van zes ruiten, de tweede rij, eveneens aanvangend rechtsboven, van drie hele ruiten en een halve ruit als onderste.
N.B. Het kwartier Von Asbeck zu Gahr niet omboord, GDW nr. 3997.
Asinga
Twee tegen elkaar klimmende leeuwen.
Ass[ch]enberg
Doorsneden: A. in rood twee veelbladige gouden rozen naast elkaar: B. effen goud.
N.B. Zilveren rozen, GDW nr. 962.
Aswede
Drie zittende, uit de voorpoten etende eekhoorns. Helmteken: twee trompen, waartussen een zittende, uit de voorpoten etende eekhoorn.
Augustijner orde
Een met twee pijlen van boven naar beneden schuinkruislings doorstoken hart.
Auwema
Drie moriaanshoofden met hoofddoek.
Averenck
In zwart een zilveren pijlpunt.
Baer [De Bare]
In zilver een gaande zwarte beer, gehalsband en geringd van goud. Helmteken, onduidelijk: twee zwart gespikkelde zilveren schermen. Dekkleden: zwart en zilver.
Backer
Doorsneden: A. In zilver een uitkomende rode leeuw, houdend in de voorpoten een gouden bol; B. in rood een zilveren linkerschuinbalk, gaand van de rechterbenedenhoek naar het midden van de snijlijn.
Ballen, Van
In zilver een rode dwarsbalk, beladen met drie zilveren rozen naast elkaar, de dwarsbalk vergezeld boven en beneden van drie of vier aaneengesloten en aanstotende blauwe ruiten. Helmteken: drie rozen, 1 en 2, elk op een bladerloze stengel. Zie: Coninck.
N.B. Veldkleur soms goud. Zie: GDW nrs. 3716, 4358, 4452.
Balveren
In zilver twee zwarte dwarsbalken en over alles heen drie zwarte slaghouten voor het golfspel, rechtop naast elkaar.
N.B. De dwarsbalken soms over de slaghouten, bijv. GDW nr. 4626.
Barels
Doorsneden: A. effen blauw; B. in zilver drie groene laurierbladen naast elkaar.
Barmenthlo
In zilver twee met goud beslagen en geringde ongesnoerde hoorns, schuinkruislings en de mondstukken beneden.
Barsens
In goud drie blauwe leliŽn, 2 en I, afwisselend geplaatst met drie blauwe rozen, 1 en 2, de bovenste roos iets lager dan de flankerende leliŽn.
Bartensleve, Von [Bartensleben]
In rood een zwarte wolf, de staart omhoog gericht, springend voor of boven twee staande gouden korenschoven, links kleiner dan rechts. Helmteken: drie struisveren, twee gouden, waartussen een rode. Dekkleden: rood en goud.
Bassen, Van
Een geharnaste galopperende man te paard, zwaaiend met een zwaard boven het hoofd.
Bawema
Gedeeld: I een dwarsbalk, beladen met een ster: II twee klaverbladen onder elkaar. Helmteken: drie struisveren.
Bebingh
Op een terras een boom en daartegen klimmend twee naar elkaar toe gewende herten met gewei.
Beeck, Van der
In blauw een ongewende gouden adelaar.
Beerwouts
In goud een omgewende, iets opgeheven gaande zwarte beer.
Beesten
Ingebogen gekapt van zilver en blauw en over de lijnen heen een ingebogen gouden keper.
Beyma, Van
Gedeeld: I verlaagd doorsneden: a. een halve adelaar: b. twee met een lint samen gebonden commandostaven, schuinkruislings; II een zwaard.
Beninga
In blauw een gouden adelaar. Helmteken: een uitkomende adelaar.
Bennema
Gedeeld: I een halve adelaar; II doorsneden: a. huismerk nr. 437; b. drie klaverbladen.
Benninga
Gedeeld: I in blauw een gouden halve lelie, uitgaand van de deellijn; II in goud een blauwe dwarsbalk, vergezeld van boven van een rode ster en van onderen van een rode roos.
Bentinck
In blauw een zilveren ankerkruis.
Berchuys, Van
In rood een zilveren keper, vergezeld van drie gouden leliŽn.
Berghuys
Geruit en over alles heen een omgewende leeuw.
Berum, Van
In blauw drie zilveren rozen, vergezeld in het schildhart van een kleinere gouden ster. Helmteken: een vlucht, waartussen op een gebladerde stengel een natuurlijke roos.
Besten, Van
In rood een zilveren rechterschuinbalk, beladen met drie rode ringen.
N.B. GDW nr. 896 rozen in plaats van ringen.
Bever, De
In zilver een springende goudgekroonde en goudgehalsbande zwarte bever.
N.B. GDW nr. 4626 met blauw veld.
Bylant
In goud een zwart kruis.
Bijler, Van
Gedeeld: I in zilver drie goudbeslagen en roodgesnoerde zwarte hoorns: II doorsneden: A. doorsneden: a. in groen drie gouden sterren naast elkaar; b. zilver; B. in zilver een aanziende natuurlijke pronkende pauw.
Blarichorst
In rood drie zilveren leliŽn.
Blencke
Een door een uit de linkerschildrand komende geklede arm gehouden wijnrank, waaraan drie druivetrossen, bladeren en klauwieren.
Blesvick
In zilver drie zwarte bollen. Helmteken: een zwarte bol, bestoken met drie zilveren struisveren met rode overslag.
Blit[t]erswick, Von
In goud een omgewende rode leeuw, gehalsband en geringd van goud. Helmteken: een uitkomende rode leeuw, gehalsband en geringd van goud. Dekkleden: rood en goud.
Bloemendal
In goud op een groen terras een groen gestengelde en gebladerde rode nagelbloem.
Boecop, Van [Boockoop]
In zilver een zwart ankerkruis, vergezeld van zeven zwarte blokken, in elk der beide bovenhoeken van het schild en in de schildvoet ťťn en in elk der vier hoeken van het ankerkruis ťťn.
Boelman
...
Boenen, Von
In zilver een rode ketting van drie lange schakels onder elkaar, de bovenste en915 onderste respectievelijk komend uit de bovenrand en de onderrand, de lange schakels verbonden door twee korte.
Bockma
Gedeeld: I een verlaagde dwarsbalk, vergezeld van boven van een gouden wassenaar; II een verhoogde gouden dwarsbalk, vergezeld van onderen van drie gouden sterren.
N.B. Onduidelijk en de velden groenachtig.
Bolswin, Von [Bodelschwing]
In goud een rode dwarsbalk, vergezeld van boven van een ruitvormige blauwe gesp. Helmteken: een gouden vlucht, elke vleugel beladen met een rode dwarsbalk, en tussen de vlucht een ruitvormige blauwe gesp. Dekkleden: rood en goud.
Bolta
In goud drie zwarte vogelpijlen. rechtop naast elkaar.
N.B. GDW nr. 539 geplaatst 2 en 1.
Borch, Ter
Een omgewende wassenaar, vergezeld van een ster.
Borg, Ter
In blauw op een groen terras een ronde rode toren met kantelen, een zwarte deur, drie ramen naast elkaar, en met een kegelvormige spits, bestoken met een ingehoekte gouden windvaan, de toren rechtsboven vergezeld van een gouden ster.
Borch, Van der
In zilver drie staande zwarte roofvogels.
Borgesius
In goud op een begroeid terras en tussen een en twee kleine boompjes een staande en aanziende man met opgeheven rechterhand, met gepluimde helm en met een van de koppelriem afhangend zwaard, gekleed in een kuitbroek.

Borgniual
Van vair met een rood schildhoofd.
Borck, Van
Rechtsgeschuind van blauw en goud en over alles heen een afgerukte zilveren reigerkop, de hals achtvormig geknoopt. Helmteken: een blauwe vlucht, een vlucht van blauw en goud of een zilveren vlucht, tussen elk dezer vluchten een uitkomende zilveren reigerkop met rode snavel, de hals geknoopt in de vorm van een 8. Dekkleden: goud en blauw.
BŲselager
In goud twee zilveren schoppen, schuinkruislings, de rechte snede beneden.
Bossche, Ten
In blauw een gouden linkerschuinbalk.
Botnia
In blauw een zilveren geharnaste arm met rechthoekige elleboog, houdend een zwaard.
Bournonville
In zwart een goudgekroonde zilveren leeuw.
Boute
Gedeeld: I een halve adelaar; II drie rozen onder elkaar.
Braemsche
Gedeeld: I in zilver op een gouden terras een bos van vier of vijf gouden bomen; II in zwart het van de deellijn uitgaande achterlijf met staart van een zilveren leeuw. Helmteken: een plant met heen en weer gebogen stengel, waaraan vijf groepen van twee langgerekte smalle bladeren.
N.B. Zie ook: RAG. Bibliotheek nr. 707.
Brakel, Van
In rood twee van elkaar afgewende zilveren zalmen, rechtop, vergezeld van zeven soms breedarmige kruisjes, tussen de zalmen drie en aan de zijkanten twee onder elkaar. Helmteken: een uitkomende gouden draak met opgeheven vleermuisvleugels. Dekkleden: rood en zilver.
Bramsch
Drie golvende en geŽnte dwarsbalken.
Bregenbeek
In goud een in het water staand scheprad, voortgestuwd door een niet de achterpoten in het water staand klimmend rood hert.
Brendern von Wiederstein
Gevierendeeld: I en IV in goud een aan de bovenzijde brandende en van onderen bolvormig eindigende boomstronk met drie geknotte takken, de boomstronk in I schuinrechts, in IV schuinlinks; II en III in zwart een gouden ramshoofd en -hals (in III omgewend), vergezeld van boven en van onderen van drie kleine gouden bolletjes naast elkaar.
N.B. GDW geeft ten onrechte in II en III een reigerskop in plaats van een ramshoofd en -hals. Met dank aan August de Man, die mij hierop wees.
Bri[e]nen, Van
In zilver een springende rode eenhoorn. Helmteken: een uitkomende rode eenhoorn. Dekkleden: rood en zilver.
Bringues, De
Een springend hert.
Broeck, Ten
In een nest een pelikaan met drie jongen.
Broeck, Van [der]
In zwart een verkort gelijkarmig zilveren kruis, in de rechterhovenhoek vergezeld van een soms roodgetongde en roodgenagelde zilveren leeuw.
Broekhuyzen
Doorsneden van zilver en groen, het zilver beladen met negen zwarte hermelijnstaartjes, 5 en 4.
Broeckhuisen van Boerrelam [Barlham]
In zilver een zwarte linkerschuinbalk. Helmteken: een pronkende gouden pauw.
Broersema
In goud een zwarte dubbele adelaar, vergezeld tussen de koppen van een zwarte, soms zilveren ster. Helmteken: een uitkomende zwarte dubbele adelaar, vergezeld tussen de koppen van een zwarte, soms zilveren ster.
Brock, Tom
Een adelaar vergezeld van drie kronen, een op de kop en op elke vleugel een. Helmteken: een adelaar, vergezeld van drie kronen, een op de kop en op elke vleugel een.
Bronchorst [en] Batenborch, Van
Gevierendeeld: I en I V een leeuw; II en III schuingevierendeeld en elk kwartier beladen met een omgekeerde droogscheerdersschaar.
Brontsema
Gedeeld: I een halve adelaar; II in een ronde mand, op een gebladerde stengel een eikel, de stengel tussen twee klaverbladen, elk op een naar de schildrand gebogen lange stengel.
Bruggen, Ter [1]
Drie hulstbladeren.
Bruggen, Ter [2]
In rood op een groen [terras?] een gebogen brug, ondersteund door zes waaiervormig geplaatste palen, de leuning steunend op zeven ongeveer rechtop staande goudgebiesde spijlen.
Budde, Van
Gewolkt doorsneden van vier stukken van goud en zwart. Helmteken: een zwarte bol, beladen met een gewolkte en tegengewolkte gouden dwarsbalk, de bol bestoken met een pluim van vijf of meer zwarte haneveren. Dekkleden: goud en zwart.
Buckhorst, Van
In zilver een zwarte leeuw. Helmteken: een zittende gehoornde zwarte bok. Dekkleden: zwart en zilver.
Buininga [Bunga]
Gedeeld: I een halve adelaar; II verlaagd doorsneden: a. in blauw twee gouden sterren bovenin en naast elkaar; b. in goud twee natuurlijke eikels naast elkaar.916
Bunninga
Een ster. Helmteken: een wildeman, houdend met beide handen een op de schouder rustende knots.
Burghgraf [Burchgraef]
In zilver twee van elkaar afgewende zwarte vissen, rechtop.
Burmania, [Van]
Gevierendeeld: I een halve adelaar; II en III in blauw op een gouden stokje, schuinrechts, een gouden klaverblad; IV in goud een rode leeuw.
Burssum
Een man te paard, zwaaiend met een zwaard boven de schouder, bevechtend een om ziende ongevleugelde draak met vier poten.
Bus[s]ch[e], Von
Tegengepaald van zeven of acht stukken van zilver en rood. Helmteken: twee van rood en zilver geschaakte trompen. Dekkleden: rood en zilver.
C
Zie ook K.
Cerre, Du
In blauw een gouden keper, vergezeld van boven van twee gouden sterren en van onderen van een op gouden golfjes zwemmende zwarte zwaan.
N.B. GDW nr. 4626: onder de zwaan een gebladerde gouden tak.
Chalons
In rood een zilveren rechterschuinbalk.
Chazeraes
In blauw een gouden dwarsbalk, vergezeld van drie achtpuntige gouden sterren.
Dasseborgh, Von
In goud een springende zwarte das.
Dedem [Deema, Dyedem]
Drie in twee rijen geschaakte rechterschuinbalken. GDW, nr. 2285: In rood drie zilveren rechterschuinbalken.
Deest, Van
In rood drie zilveren ouwels, beladen met een breedarmig rood kruis, of met een zilveren kruis, waarvan het hart soms beladen met een verbreedarmig schuinkruisje. Helmteken: een vlucht, elke vleugel beladen met een ouwel, overladen met een breedarmig kruis.
Deekema
Gedeeld: I een halve adelaar; II twee leliŽn onder elkaar. Helmteken: een uitkomende leeuw.
Denemarken (vlag)
Een rode vlag, beladen met een gouden kruis.
Diepenburch [Diepenbrock]
In rood twee omgekeerde zilveren zwaarden met gouden gevest en zwarte handgreep, schuinkruislings.
Diepholt
Gedeeld: I doorsneden: a. in goud een uitkomende rode leeuw; b. in blauw een zilveren halve adelaar; II in goud een zwarte leeuw.
Dietz
In rood twee gaande leeuwen onder elkaar.
Dizinckhus
Tien bollen kruislings, zes onder elkaar en aan beide zijden van de derde van boven twee naast elkaar. Helmteken: een uitkomende leeuw.
Dinklage
In het schildhoofd drie rode rozen naast elkaar, vergezeld van onderen van drie rode schuinkruisjes, 2 en 1, of naast elkaar. Helmteken: drie zwarte lansen, waaraan ingehoekte vaantjes, met drie horizontale banen van wit, rood, wit. Dekkleden: rood en zilver.
Ditsum
In goud een zwarte adelaar.
Diurken
Gedeeld: I een halve adelaar; II twee sterren onder elkaar.
Doenga
Een lelie.
Doern
In zwart drie gouden dwarsbalken en een gouden schildhoofd, beladen met drie rode schuinkruisjes naast elkaar.
Does, Van der
Gevierendeeld: I, II en III onherkenbaar; IV twee ruiten, schuinrechts aanstotend.
Does van Noordwijk, Van der
In goud negen rode ruiten, in twee rijen aaneengesloten 5 en 4 [Van der Does]; II en III in zilver een zwarte leeuw [Noordwyk]. Helmteken: een uitkomend mannenborstbeeld, gekleed in rood, met blauwe hoed, met witte opslag en aan de rechterzijde bestoken met een rode pluim. Dekkleden: rood en goud.
N.B. GDW nr. 2707: veld en ruiten van kleur verwisseld.
Dockum, Riemersma van
Een naar beneden gewende wassenaar, vergezeld van onderen van drie sterren, 2 en 1.
Dooma
Doorsneden: A. in blauw een uitkomende engel met gouden vleugels, in mouwloze gouden kledij, de armen schuin naar beneden; B. effen rood.
Donge
Een dwarsbalk, geschaakt in twee rijen van zeven stukken.
Donia [1]
In goud een rode leeuw.
Donia [2]
Gedeeld: I een halve adelaar; II in blauw een omgewende zilveren wassenaar, tussen de punten vergezeld van een gouden eikel, een gouden ster en een gouden lelie onder elkaar.
Donop
In zilver een aan beide zijden gekanteelde rode rechterschuinbalk, de vijf kantelen tegenover elkaar.
Doorninck
In zilver een rode dwarsbalk.
Doornum
In zilver een zwarte adelaar en een rood schildhoofd, beladen met drie gouden korenschoven, rechtop naast elkaar.
Dorgelos
In goud drie zwarte geknotte boomstammen, rechtop naast elkaar.
Dorth
In goud drie rode kepers.
Dotinga
In zilver een blauw ankerkruis.
Douglas
In zilver een goudgekroond rood hart.
Douma, [Van]
In rood een zilveren zwaard met gouden gevest. Helmteken: een zwaard.
Drakenborch [Drakenburg, Van]
Gedwarsbalkt van acht stukken van goud en rood, de vier rode stukken beladen met tien zilveren schuinkruisjes, respectievelijk 4 en 3 en 2 en 1.917 Helmteken: twee gouden knuppels samen in de vorm van een omgekeerde keper. Dekkleden: rood en goud.
Draper
In blauw drie leliŽn, vergezeld in het schildhart van een roos. Helmteken: een lelie.
Drenthe
In blauw op een troon een gekroonde en zittende Maria met een kind op de linker knie, alles van goud.
Drews, De
Gedeeld: I een halve adelaar; II in groen een zilveren dwarsbalk. Helmteken: drie zilveren struisveren. Dekkleden: zilver en groen.
Duisterbeke
Een springende bok.
Dulgen [Dolgen, Dulck]
In goud een rode lelie, vergezeld van boven van drie rode sterren naast elkaar.
Dulsen
In zilver een zwarte paal.
DŁngelen, Von
In zilver een zwarte rechterschuinbalk, beladen met drie gouden ruiten schuinrechts.
[A]eb[b]inga
In goud een zwarte dubbele adelaar en een van blauw gekapte gouden schildvoet.
Echten, Van
In goud drie zwarte adelaars.
Edmiston
In goud drie naar boven gewende rode wassenaars.
Eeck
In goud een omgewende zittende rode eekhoorn met opgeheven voorpoten. Helmteken: een gouden vlucht, waartussen een zittende rode eekhoorn met opgeheven voorpoten.
Eel[t]s
Gedeeld: I een halve adelaar; II in blauw twee gouden sterren onder elkaar.
Eerde, Van, [Erde, Von]
In zilver een naar boven gewende rode wassenaar.
Eysens
In blauw drie gouden rozen, in het schildhart vergezeld van een gouden penning.
Eysinga, [Van]
Drie rozen, 1 en 2.
Eyssinge
Een boom.
Elama [Elema]
In blauw vier gouden leliŽn. 2 en 2. Helmteken: een gouden lelie.
Eltern
In rood een gouden kruis, vergezeld van twintig liggende gouden blokken, in elk kanton 2 en 1 en 2. Helmteken: een uitkomend gebaard mannenborstbeeld, gekleed volgens het schild en gedekt met een rode hoed. Dekkleden: rood en goud.
Embda, D'
In goud drie rode harten.
Eminga
Een dubbele adelaar, houdend in de poten een over de staart liggende, naar boven gewende wassenaar.
Emmelkamp
Vier elkaar bij de pols vattende voorarmen, samen in de vorm van een vierkant.
Engelken[s]
Een verkort, soms verbreedarmig kruis. Helmteken: een uitkomende, soms schaars geklede engel of vrouw, houdend in de rechterhand een opgeheven zwaard.
Enghuse
Vier aanstotende ruiten naast elkaar. Helmteken: een uitkomende zwaan.
Ent[h]ens
Gedeeld: I in rood een neerwaarts gerichte gouden vleugel in de vorm van een half hart, uitgaand van de deellijn; II in goud een groene dwarsbalk, beladen met een gouden ster. Helmteken: een staande zwaan. GDW, nr. 4262: Gedeeld: I in zilver een omgekeerd half groen [linde?]blad, uitgaand van de deellijn; II in goud een rode dwarsbalk, beladen met een gouden ster.
N.B. Wapen op zegels van Gert en Roleff Entens, 1482: Gedeeld: I een omgekeerd lindeblad met steel; II een dwarsbalk, beladen met een ster. Zie: RAG, Archief Farmsum, inv. nr. 527, regest nr. 191. Wapen op zegel van Hildebrant Entens, 1606: Gedeeld: I een half blad met steel, uitgaand van de deellijn; II een dwarsbalk, beladen met een ster. Zie: RAG, Archief Lewe A 60. Vergelijk: GDW, nrs. 725, 4459, 4544a. Steel van blad verdwijnt, GDW nr. 4544, en blad gaat over in hartvormige vleugel, GDW, nr. 3716.
Epema, Van
Twee sterren onder elkaar.
Erentreiter
Een half paard, schuinlinks van onderen naar boven doorstoken met een pijl.
Ernstma [Eernstma]
Doorsneden: A. in rood een zilveren herkruist kruis; B. in goud een dubbele zwarte adelaar.
Erpach, Von
Doorsneden: A. in rood twee zilveren sterren naast elkaar; B. in zilver een rode ster.
Eeze, Van der
In goud een roodgetongde halve zwarte wolf. Helmteken: een uitkomende zwarte wolf.
Esens, Doornum van
Een omgewende klimmende, gehalsbande en aan de voorzijde geringde springende beer.
Essen
In zilver een zwarte rechterschuinbalk, beladen met drie aanstotende gouden ruiten.
Etzing [Eytzing]
Gevierendeeld: I rechtsgeschuind, de snijlijn beladen met drie bollen; II en III een hoed, vergezeld van boven van een voorwerp in de vorm van een naar onderen gewende wassenaar, de halfronde bol van de hoed omvattend; IV een rechterschuinbalk.
Ewsum, [Van], [1]
Gedeeld: I effen rood; II in goud een blauwe dwarsbalk. Helmteken: een uitkomende rode reiger met opgeheven vlucht, de linkervleugel van goud, beladen met een blauwe dwarsbalk. Dekkleden: rood en goud.
Ewsum, [Van], [2]
Gevierendeeld: I en IV Ewsum [1]; II en III in goud een rode adelaar, vergezeld achter de kop van een rode ster. Twee helmen. Helmtekens: Rechts: Ewsum [1]. Links: een uitkomende rode adetaar, vergezeld achter de kop van een rode ster.
Farmsum
In de rechterflank drie zwaarden of dolken, schuinlinks en onder elkaar, in de linkerflank drie hoorns, schuinrechts en onder elkaar, en een schildhoofd, beladen met drie rozen naast elkaar.
Feitsma
Gedeeld: I een halve adelaar; II drie leliŽn onder elkaar; en op de deellijn een hartschild, beladen met een leeuw.
Fockens
Een leeuw. Helmteken: een uitkomende leeuw.918
Folckers
Een springende eenhoorn.
Folckershuysen
In zwart een omgewende gouden adelaar.
Foppinga
Een paaslam met banier.
Forsten
Een springend hert.
Fra[e]yl[e]ma, [Fragyma]
In blauw drie gouden leliŽn, vergezeld in het schildhart van een gouden ring, soms ten onrechte een bol, een penning of een roos.
Franke
Een ronde pot, waarin drie rozen aan gebladerde stengels, 1 en 2.
Fratema
In rood een gouden leeuw.
Freitag, Von, [Fridag]
In blauw drie zilveren ringen. Helmteken: een vlucht, elke vleugel beladen met drie ringen.
Fremicourt
In blauw in de benedenhelft van het veld een kleine gouden leeuw en over alles heen een rode rechterschuinbalk, beladen met acht aanstotende zilveren ruiten.
N.B. GDW nr. 4264 slordige variant.
Frylinck
Een gestileerde molensteen.
Friesland
Twee gaande leeuwen onder elkaar, vergezeld van zeven liggende blokken, 3 en 2 en 3.
Frix
Vier aanstotende ruiten onder elkaar en vanuit de tweede ruit van boven een uitkomende hond.
Fritema [1]
Gevierendeeld: I een ster; II en IV effen; III twee palen.
Fritema [2]
Gevierendeeld: I en III effen; II een ster; IV twee palen.
Fritema [3]
Gevierendeeld: I effen rood; II in blauw een gouden ster: III effen goud; IV gepaald van vier stukken van rood en goud.
Fritema [4]
Gevierendeeld: I een ster; II en IV effen: III gepaald van vier stukken.
Froma [1]
In blauw een gouden rechterschuinbalk, beladen met drie zwarte klaverbladen, in de richting van de rechterschuinbalk.
Froma [2]
GDW geeft onder deze naam het wapen Aickema met afwijkende kleuren. In blauw een moriaanshoofd met zilveren hoofdband; vergezeld van drie zilveren rozen.
Froma [3]
Gedeeld: I een halve adelaar; Il een roos, een omgewend morianenborstbeeld met wrong en een roos onder elkaar. Helmteken: een uitkomende geklede moriaan met wrong.
Froon
Op een terras een bos van vijf bomen.
Gaikinga [Gayckinga, Gaycenga, Gaaikinga]
In goud een omgewende roodgetongde zwarte leeuw, klimmend tegen een staande zilveren arend met rode poten en rode snavel, met een opgeheven poot, soms met opgeheven vlucht. Helmteken: een uitkomende zwarte leeuw.
Oorspronkelijk: Een staande adelaar met opgeheven vlucht. Zie: RAG, Archief Farmsum, inv. nr. 779, regest nr. 232. Zegel Alert Gaykinge, 1503.
Galema
In blauw een gouden lelie en een gouden ster onder elkaar.
Galen
In rood drie gouden weerhaken.
GDW, nrs. 3939, 3940 zilveren weerhaken.
GenŤve
Geschaakt van blauw en goud in drie rijen van drie stukken.
Geertsema
Op een terras een klimmend paard, vergezeld voor de achterpoten van drie naast elkaar op het terras staande klaverbladen.
Geertsema van Sjallema
Wapen: Gevierendeeld: I op een terras een klimmend paard, vergezeld voor de achterpoten van drie naast elkaar op het terras staande klaverbladen. [Geertsema]; II op een heuvel een tegen een boom klimmend hert; III gedeeld: 1 een halve adelaar; 2 een dwarsbalk, beladen met een ster, de dwarsbalk vergezeld van drie klaverbladen; IV op een terras een toren niet koepelvormig dak, en een kerk, los naast elkaar en achter de kerk een boom, waarvan tussen toren en kerk alleen de kruin zichtbaar is..
Gerla
Doorsneden: a. in blauw een dubbele zwarte adelaar; b. in rood vier gouden rechterschuinbalken.
Gerlacius
In zwart drie gouden sterren. Helmteken: een ster.
Gesseler, Van
Een dwarsbalk, beladen met drie sterren naast elkaar, de dwarsbalk vergezeld van drie leeuwen.
Gevecaet
In blauw een golvende gouden dwarsbalk en over alles heen drie zilveren vissen, rechtop naast elkaar.
Gysens [Gisens]
In blauw een naar rechts gewende gouden wassenaar, vergezeld van een gouden ster.
Goedens, Van, [Goden, Goens]
Op een terras een uit een bos van drie bomen komende leeuw.
Goey, Van der, [Van der Gooy]
In zilver een omgekeerde rode gelijkzijdige driehoek.
Goesinghe
Doorsneden: A. zilver; B. in zwart drie goudgeknopte zilveren rozen. Helmteken: een zwarte vlucht.
Gockinga [1]
Een lelie.
Gockinga [2]
In goud op een liggende groene boomstam een staande zwarte adelaar met opgeheven vlucht, steunend met de snavel de bovenkant van een eveneens op die boomstam staande zwarte voetboog met rode schacht, houdend een poot aan de trekker. Helmteken: drie en twee, soms drie en drie pijlen, afwisselend van goud en zwart, de eerste groep schuinrechts en de tweede groep schuinlinks in de kroon of wrong gestoken, waartussen een uitkomende zwarte adelaar. Vergelijk: De Sighers.
Goslinga
Gevierendeeld: I een halve adelaar; II een ster; III drie leliŽn: IV een omgewende wassenaar.
Gramaye
Een uitkomende bok.
Grave, Ten
In goud een zwemmende zwarte vis, vergezeld van drie rode rozen. Helmteken: een vis, met de staart op de wrong, rechtop.
Greven
Een leeuw.
Wapen van Joannes Greven, abt van Aduard 1578-ca. 1590.
Grevinck
In rood vijf gouden bollen, 2 en 1 en 2.
Grimersum
In blauw een gouden adelaar [Beninga].
Groningen
In goud een dubbele zwarte adelaar, de borst beladen met een zilveren schild, overladen met een groene dwarsbalk.
Gropelinck [Grobelinck]
In zilver een kogelronde zwarte pot met drie poten, een oor aan de linkerzijde en een opstaand hengsel. Helmteken: een pot volgens het schild. Dekkleden: zwart en zilver.
Grotthaus [Grothues]
Een rechterschuinbalk met aan de onderzijde vier kantelen. Helmteken: een geopende vlucht, elke vleugel beladen met een schuinbalk, aan de onderzijde vier kantelen, de schuinbalken samen kepervormig.
Gruys
Gedeeld: I een halve adelaar; II in blauw op een groen terras een zilveren poortgebouw. uitgaand van de deellijn, op het poortgebouw drie torens, elke spits bestoken met een919 gouden vlag. Helmteken: twee trompen, waartussen drie ruitervaantjes, afwisselend doorsneden van zilver en blauw en van blauw en zilver.
Gruiter
Drie golvende dwarsbalken.
Guera ad Gerlahm
Een leeuw.
Haeyma
Doorsneden: A. in rood een uitkomende zwarte leeuw; B. effen goud.
Haersolte, Van
In goud drie zwarte kepers.
Haghen
In zilver een naar boven gewende rode wassenaar, vergezeld van drie rode vogels zonder poten.
Hack
In zwart een klimmende zilveren bok, met gouden hoorns en hoeven.
Hackfort
Een dwarsbalk, vergezeld van drie leliŽn. Helmteken: een lelie.
Hackvoort
In zilver een blauwe, soms groene dwarsbalk. Helmteken: een uitkomende drakekop met pijltong en een geschubde ring. GDW nr. 1173.
Haxthusen, Von
In rood een zilveren hek, gevormd door twee verticale palen, overlappend verbonden door twee horizontale planken en van een plank, schuinlinks in de door de palen en planken gevormde rechthoek, alle houtverbindingen versterkt met drie zwarte spijkerkoppen.
Halle, Von
In zilver een zwarte rechterschuinbalk, beladen met drie rode rozen. Helmteken: een met een rode roos beladen gouden vaas, waarin groene bladeren; en komend uit de beide onder zijden van de helm een geharnaste arm, houdend een dolk. Dekkleden: blauw en zilver.
Ham, In den
Gedeeld: I een halve adelaar; II drie rozen onder elkaar.
Ham, Ten
Een dubbele adelaar, vergezeld tussen de koppen van een hart. Helmteken: een dubbele adelaar, vergezeld tussen de koppen van een hart.
Hamersvelt
Gedwarsbalkt van acht stukken van goud en zilver, waarover een linkerschuinbalk, geschaakt in twee rijen van goud en zilver, en over alles heen drie zwarte hamers. Helmteken: een zwarte hamer. Dekkleden: goud en zwart.
Handtschocker genaamd Doorwaet
In rood een zilveren keper, vergezeld van drie zilveren naar boven gewende wassenaars.
Hanckema
Een lelie, overtopt van drie sterren, 1 en 2.
Hansouw, Ter
In goud een in twee rijen van rood en zilver geschaakt kruis.
Ha[e]ren, [Van], [1]
In zilver drie rode garenspoelen. Helmteken: twee rode garenspoelen, samen in de vorm van een omgekeerde keper. Dekkleden: rood en zilver.
Haren, Van, [2]
Vier dwarsbalken en een vrijkwartier, beladen met twee rechterschuinbalken.
Harinksma
Gedeeld: I in goud een omgewende zwarte leeuw: II in blauw drie naar boven gewende gouden wassenaars onder elkaar.
Harinxma
Gevierendeeld: I in zilver een rode leeuw; II en III in goud drie groene eikels; IV in zilver een zwarte leeuw. Hartschild: gedeeld: I een halve adelaar; 2 effen zilver.
Harkunge [Harkinga, Harkinge]
In rood een achtstralige zilveren karbonkel, eindigend in sterren of zonnen. Helmteken: twee stralen van een karbonkel, eindigend in sterren of zonnen, samen in de vorm van een omgekeerde keper.
Harsens [1]
In blauw een gouden adelaar, dragend een gouden borstschild, beladen met een zwarte leeuw.
Harsens [2]
Een klimmende draak met vogelklauwen, een gesloten snavel, een leeuwestaart tussen de achterpoten door, en een opgeheven gewone vlucht, dragend een schildje, beladen met een dubbele adelaar.
Harsens [3]
In zilver een blauwe draak met vier poten en met een opgeheven vlucht.
Hartlieb genaamd Waldsporn, Van
In zwart een gouden schuinkruis, het hart van het kruis beladen met een zwart hengsel en een rode ster of spoorraadje onder elkaar.
Hatzfelt, [Van]
Gevierendeeld: I en IV in goud een zwart molenijzer [Hatzfelt]; II en III in goud drie rode rozen [Wildenburg]. Helmteken: een vlucht, waartussen een uitkomende geklede moriaan met hoofddoek.
Havekenschede, Von
In blauw een omgekeerd driekantig zilveren veld, uitgaand van de bovenrand.
Heddema
Een rechterschuinbalk, vergezeld van boven en van onderen van drie leliŽn, evenwijdig met de schuinbalk.
Heemster [Heemstra]
Een adelaar. Helmteken: een uitkomende adelaar.
Heemstra
In blauw een gouden adelaar.
Heerma, Van
Gevierendeeld: I en IV in goud drie zwarte schelpen; II in goud drie blauwe ruiten; III in blauw twee gouden eikels naast elkaar, vergezeld van onderen van een gouden eikeblad. Helmteken: een uitkomende eenhoorn.
Heinsius
Een zeer versmalde, verkorte en in het midden onderbroken dwarsbalk, vergezeld van drie weerhaken.
Heite, V[on]
In zilver een rode zuil.
Helphenstein [1]
In goud een olifant met opgeheven slurf.
Helphenstein [2]
In blauw drie zwarte rechterschuinbalken.
Helle, Ter
In goud een naar boven gewende rode wassenaar, vergezeld van drie rode rozen.
Hemert
Gevierendeeld: I en IV in zilver een roodgetongde zwarte leeuw; II en III in rood drie palen van vair en een gouden schildhoofd, beladen met een uitkomende roodgetongde zwarte leeuw. Helmteken: een uit een gouden kuip komende goudgekroonde en rood getongde zwarte leeuw.
Heeralma
Gedeeld: I in goud een verkort rood latijns kruis; II in blauw een gouden lelie. Zie: Alma.920
Heringa, Van
In blauw een zilveren lelie, een zilveren roos en een zilveren lelie onder elkaar. Helmteken: drie en twee struisveren, waartussen een uitkomende vrouw.
Hermana
In goud een zwarte dubbele adelaar, vergezeld van twee naar elkaar toegewende rode leeuwen, staand op de dijen van de adelaar, de staart van de adelaar belegd met drie zilveren sterren.
Hersfeld
Een patriarchaal kruis.
Hertaingh [Herteingh]
In zilver een blauwe rechterschuinbalk, beladen met drie gouden schelpen, schuinrechts.
Hertoghe, De
Doorsneden: A. in rood een goudgekroonde gaande gouden leeeuw; B. effen zilver. Schildhouders: twee omziende roodgetongde gouden leeuwen.
Hessen
Een gekroonde leeuw, gedwarsbalkt van tien stukken.
Hiddema
In zwart vier gouden leliŽn. 2 en 2.
Hillebrandes
Doorsneden van zilver en zwart en over alles heen een uitgerukte boom, van groen op het zilver, van zilver op het zwart.
Hillebrants [Hillebrandes]
In goud een zwarte schoorsteenhaak rechtop. Helmteken: een vlucht, waartussen een schoorsteenhaak.
Hillebrandes van Harsens
Gevierendeeld: I en IV doorsneden van zilver en zwart en over alles heen een uitgerukte boom, van groen op het zilver, van zilver op het zwart [Hillebrandes]; II en III in zilver een blauwe draak met opgeheven vlucht en vier poten [Harsens [3]].
N.B. GDW nr. 2968: I en IV Harsens; II en III Hillebrandes.
Hillenius
In zwart een zilveren leeuw, de schouder beladen met een gouden schildje schuinlinks, overladen met een zwarte leeuw.
Hinckart [1] [Hinkaart]
In zwart een zilveren leeuw, de schouder beladen met een gouden schildje schuinlinks, overladen met een zwarte leeuw.
Hinckart [2]
Gevierendeeld door een gouden streepkruis: I en IV in zwart een roodgetongde zilveren leeuw, vergezeld van zeven liggende zilveren blokken [Hinckart]; II en III in zwart een gouden leeuw. Helmteken: een uitkomende naakte vrouw met neerhangende armen en haren.
N.B. Het aantal varianten van leeuwen en blokken is legio.
Hochepied, De
In zilver een rode keper, vergezeld van drie naar boven gewende wassenaars.
Hoemen
In goud drie zwarte leeuwen.
Hoen
Drie kransen, elk gevormd door vijf rozen. Helmteken: een pauwenstaart, misschien komend uit een kuip.
Hoendrix
Een achtspakig wiel.
Hoevel, Van [Van [der] Heuvel, Van Huvel]
In goud drie zwarte heuvels, gaffelsgewijs met de ronde toppen naar elkaar gekeerd, soms verbonden door zwarte gebogen lijnen, [o.a. GDW nrs. 962, 3718].
Holdinga [Hollingal
In blauw drie lisdodden, van goud of zwart of naturel, stervormig samengebonden door een rood of zilveren lint.
N.B. GDW, nr. 3017: Gedeeld: I een halve adelaar; II als hoven.
Holte, Ten [1]
In goud een zwarte schoorsteenhaak rechtop. Helmteken: een hanekop.
Holte, Ten [2]
Gedeeld: I Ten Holte [1]; II Huinga.
N.B. Zie: NLW 1948, k. 36. 1954, k. 312.
Holten, Van
In zwart een omgewende goudgekroonde zilveren leeuw, houdend een uitgerukte gouden boomstam met enige bladerloze takken.
Hontohe
Twee kepers.
Hooftman genaamd Van Eychelberch
Gevierendeeld: I en IV in blauw drie gouden eikels; II en III in zilver een uitkomende, goudgehoornde zwarte ossekop, van ter zijde. Hclmteken: een vlucht, waartussen een eikel.
Hoornbeeck
Boven water drie gesnoerde hoorns.
Hora
Een gesnoerde hoorn, in het schildhoofd, vergezeld van twee hertekoppen met gewei.
Horenken
In blauw drie naar achteren omgekrulde gouden ramshoorns. Helmteken: twee naar achteren omgekrulde gouden ramshoorns naast elkaar.
Hottinga van Kee
Gedeeld: I een halve adelaar; II doorsneden: a. een omgewende wassenaar, aan de linkerzijde vergezeld van twee sterren onder elkaar; b drie schelpen.
Houwerda
In rood een zilveren leeuw. Helmteken: een lelie.
N.B. GDW, nr. 1173: Helmteken: twee struisveren, waartussen een lelie.
Houwinga
In goud twee gesnoeide bladerloze rode takken schuinkruislings, en over het snijpunt een liggende zilveren pijl.
Hubbeldinge
Doorsneden: A. in zilver een uitkomende rode leeuw; B. in groen drie zilveren rozen.
Huim
In goud drie rode bollen.
Huinga
Gevierendeeld van goud en blauw. Helmteken: een uitkomende adelaar, gevierendeeld van goud en blauw.
N.B. Ook met verwisselde kleuren.
Hulten, Van
In zilver een rode dwarsbalk, vergezeld van drie rode molenijzers.
Humalda, Van
Een eenhoorn, rechts en links vergezeld van drie sterren onder elkaar en in de schildvoet van een naar boven gewende wassenaar.
Huninga [Huyninga]
In blauw een zilveren leeuw. Helmteken: een uitkomende zilveren leeuw.
Ibema
Verlaagd doorsneden: A. in de rechterbovenhoek en in de linkerbenedenhoek een klaverblad, in de linkerbovenhoek en in de rechterbenedenhoek een eikel in nap: B. een lelie.
Yminga
Rechtsgeschuind: I in blauw een gouden bij, schuinrechts: II in rood twee zilveren rozen, schuinrechts onder elkaar.
Itens
Een adelaar, dragend een borstschild, beladen met drie rozen. Helmteken: een uitkomende921 adelaar met opgeheven vlucht, de linkervleugel beladen met een dwarsbalk, overladen met twee rozen.
Ingen[ie]ulan[d]t
Een geŽnte dwarsbalk.
N.B. GDW nr. 714, 1288: Een golvende of een gewolkte en tegengewolkte dwarsbalk.
Inneville
In zwart een gouden hartschild.
Inn- und Kniphausen, Von [1]
In goud een roodgetongde zwarte leeuw. Helmteken: een vlucht van goud en zwart, waartussen een uitkomende roodgetongde zwarte leeuw. Dekkleden: goud en zwart.
Inn- und Kniphausen, Von [2]
Gevierendeeld: I en IV. Von Inn- und Kniphausen [1]; II en III Uplewerd. Hartschild: LŁtetsburg. Twee helmen. Helmtekens: Rechts: Von Inn- und Kniphausen [1]. Links: Uplewerd.
Inn- und Kniphausen, Von [3]
Gevierendeeld: I en IV. Von Inn- und Kniphausen [1]; II en III. Eltern. Middenschild: Gevierendeeld: I Nienoord; II Vredewold; III Uplewerd; IV Nienoord. Hartschild: In goud een roodgetongde zwarte leeuw [Kniphausen].Twee helmen. Helmtekens: Rechts: Von Inn- und Kniphausen [1]. Links: Eltern. Dekkleden: zwart en goud.
Inthiema, Van
Een naar rechts gewende gezichtswassenaar, vergezeld van onderen van een ster .
Isselmuden, Van
In rood een zilveren keper, vergezeld van drie zilveren eenden met geknotte poten. Helmteken: een uitkomende drakekop, beladen met een keper.
Ittersum, Van
In zilver drie rode ezelskoppen zonder hals, van ter zijde. Helmteken: een rode hoed met ronde bol en opgeslagen zilveren rand, de bol bestoken met twee rode ezelsoren. Dekkleden: rood en zilver.
Iwema
Doorsneden: A. een omgewende gezichtswassenaar, vergezeld van drie sterren, 1 en 2: B. een met twee pijlen van boven naar beneden schuinkruislings doorstoken gekroond mensenhart.
Jaerla
Een omgewende adelaar.
Jaerle
Een springende eenhoorn.
Jarg[h]es
In rood een gouden hartschild, beladen met een zwarte letter H, het hartschild vergezeld van acht zilveren rozen, drie van boven, drie van onderen en een aan elke zijde. Helmteken: [1] drie struisveren, of: [2] een roos aan een gebladerde stengel.
Jensema
In goud een zwarte lelie, in het schildhoofd vergezeld van twee zwarte sterren.
Johanniter Orde
In rood een zilveren achtpuntig maltezer kruis.
Jongema [1]
In goud drie rode rozen onder elkaar.
Jongema [2]
Gedeeld: I een halve adelaar; II in goud drie rode rozen onder elkaar.
Jukema
In blauw een gouden lelie en een omgewende zilveren wassenaar onder elkaar, en een gouden schildvoet beladen met een rode roos, geknopt van zilver.
Juckema
Doorsneden: A. in blauw een gouden ster; B. in rood een zilveren roos.
Julsingh
Een dwarsbalk, vergezeld van drie rozen.
Julsingha, Van
In goud een zwarte adelaar, dragend een zilveren borstschild, beladen met een rode voetboog tussen twee rode pijlen rechtop.
Juwinga [Juvinga]
Gedeeld: I een halve adelaar; II doorsneden: a. in goud drie blauwe ruiten; b. in goud drie zwarte schelpen.
Camminga [1]
In goud een zwarte kam met boven en beneden een rij tanden.
Camminga [2]
Gevierendeeld: I en IV Camminga [1]; II en III in blauw een zilveren lelie.
Camminga [3]
In goud een liggend rood hert, vergezeld van drie zwarte kammen met boven en beneden een rij tanden.
Camminga [4]
Gedeeld : I een halve adelaar, II een kam met een dubbele rij tanden, vergezeld van drie ruiten.
Camp
In zilver twee rode dwarsbalken. Helmteken: een rode pluim. Dekkleden: rood en zilver.
Camp, Van der [1]
In goud vijf rode rechter-, soms linkerschuinbalken.
Camp, Van der [2]
In goud vier rode kepers.
Camstra, Van
In blauw een gouden kam met boven en beneden een rij tanden, een gouden ster en een gouden rad onder elkaar.
Canter [1]
In zwart drie roodgeknopte zilveren mispelbloemen.
Canter [2]
Gedeeld: 1 een halve adelaar; II drie rozen onder elkaar.
Canters
Gedeeld: t een halve adelaar; II doorsneden: a. drie sterren: b. drie schelpen.
Kaps, Van
Een uit water uitkomende stier.
Car [1]
In rood een zilveren keper, beladen met drie rode sterren.
Car [2]
In blauw een aanziende zilveren hertekop met gewei.
Carlier [1]
In goud een rode dwarsbalk. vergezeld van drie zwarte leliŽn met afgesneden voet.
Carlier [2]
Gedeeld: I in rood twee vierspakige gouden wielen onder elkaar; II in zilver een roodgetongde en genagelde zwarte leeuw.
Cater
In goud een blauwe rechterschuinbalk, beladen met een gaande, soms aanziende kater. Helmteken: een geklede uitkomende moriaan met hoofddoek.
Katzenelnbogen
In goud een rode leeuw.
Cavrelle
In zilver een blauwe keper, vergezeld van drie rode mispelbloemen, geknopt van zilver.
Keiser
Doorsneden: A. een uitkomend aanziend mannenborstbeeld met breedgerande hoed [volgens overlevering Sint Andries]; B. drie kruisjes.
Keppel
In rood drie zilveren schelpen.
Kerkhoven, Van
In zilver drie rode pompebladeren.
Ketteler, Von
In goud een geopende, driehoekige rode schoorsteenhaak.
Kyff
In rood drie staande zilveren kieviten.
Kittelbie
In rood een zilveren schuinkruis; de ruitvormige overkruising van de schuinbalken zwart.
Clairvaux
In zwart een rechterschuinbalk, geschaakt in twee rijen van acht stukken van zilver en rood.922
N.B. Mededeling van de Abbaye N.-D. de Scourmont, Forges (B-6483), BelgiŽ.
Clant
In goud een groene rechterschuinbalk, beladen met drie zilveren vissen rechtop. Helmteken een uitkomende gouden draak met opgeheven vlucht, elke vleugel beladen met een groene schuinbalk, overladen met drie zilveren vissen, de schuinbalken samen kepervormig. Dekkleden: goud en groen. Schildhouders: twee omziende gouden griffioenen met opgeheven vlucht, elke vleugel beladen met een groene schuinbalk, overladen met drie zilveren vissen, de schuinbalken samen kepervormig.
N.B. Niet altijd even gedetailleerd.
Clant van Stedum [1]
Gevierendeeld: I en IV Clant; II en III Nittersum.
Clant van Stedum [2]
Clant van Stedum [1]. Hartschild: Stedum. Schildhouders: twee omziende griffioenen met opgeheven vlucht.
Cleve
Een karbonkel. Ongetraliede helm, waarin een mannengezicht met ezelsoren. Helmteken: twee stierehoorns.
Clinge
In blauw drie zwaarden met rood gevest, naast elkaar.
Clooster, Van den [1]
In rood negentien gouden penningen, 4, 5, 4, 3, 2, 1. Helmteken: in een vaas vijf struisveren.
N.B. GDW nr. 3717: in goud van rood. GDW nr. 3788: in zilver van rood.
Clooster, Van den [2]
Van den Clooster [1] en met een zilveren schildzoom.
Closter van Doornum
Gevierendeeld: I en IV Van den Clooster [1]; II en III Doornum.
Knipping, Von
Gedeeld van rood en zwart, de velden gescheiden door een gouden streep, en over alles heen drie aanstotende zwarte ringen onder elkaar.
Knoppert
In zilver drie roodgetongde zwarte wolvekoppen.
Coenders [Conders] [1]
In zilver twee tegen elkaar klimmende zwarte bokken met lange achterover hangende gouden hoorns en met gouden hoeven. Helmteken: een uitkomende zwarte bok met lange achterover hangende gouden hoorns en met gouden hoeven. Dekkleden: zilver en zwart.
Coenders [Conders] [2]
Gevierendeeld: I en IV Coenders [1]: II en III in blauw twee gouden kronen onder elkaar. Twee gouden helmen. Helmtekens: Rechts: Coenders [1]. Links: een uitkomende geharnaste zwarte arm, zwaaiend met een zwaard met gouden gevest. Dekkleden: zilver en zwart. Het schild omhangen met een keten, waaraan het insigne van de orde van saint Michel.
Coenen
Een molenijzer.
Kox
Gedeeld van rood en zilver en over alles heen een stappende haan van zilver op liet rood, van rood op het zilver.
Coman
In rood drie goudgeknopte zilveren mispelbloemen. Helmteken: een goudgeknopte zilveren mispelbloem.
Commerstein
Doorsneden: A. in zilver een op de rug liggende rode salamander, houdend met beide poten een rechthoekige blauwe bak, waaruit vlammen opstijgen; B. gedeeld: 1 in zilver drie blauwe leliŽn: 2 in goud een blauwe ster.
Konawurf
Rechtsgeschuind: I een vijfspakig wiel; II een halve klimmende bok.
Coninck [Koning]
In zilver een rode dwarsbalk, beladen met drie zilveren rozen naast elkaar, de dwarsbalk vergezeld boven en beneden van drie of vier aaneengesloten en aanstotende ruiten, soms van onderen twee rijen aaneengesloten en aanstotende ruiten. Helmteken: een vlucht, elke vleugel beladen met een dwarsbalk, overladen met drie rozen. Vergelijk: Van Ballen.
Koopmans- en kramersgilde
Een aanziende man, houdend een gouden weegschaal.
Cordes
In goud twee van elkaar afgewende rode leeuwen.
Corenpoort
Gedeeld: I een halve adelaar: Il geschaakt van rood en zilver in zes rijen van vier stukken en een gouden schildhoofd, beladen met drie rode poorten, geopend van zilver en met een zwart dak.
N.B. GDW nr. 4466 met een uit de schildrand komende poort met twee kegelvormige daken.
Kraningsperg, Van
In rood een gaande zilveren kraanvogel met opgeheven rechterpoot.
Credix
In goud een klimmende zwarte beer.
Croon
Een keper, vergezeld van onderen van een kroon.
Crum[m]inga [Grimminga]
Doorsneden: A. in blauw een uitkomende gouden leeuw; B. in goud twee blauwe leliŽn naast elkaar.
Cruyse
Doorsneden: A. effen zilver; B. in zwart drie zilveren weerhaken.
Krueser
In rood een gouden adelaarsklauw.
Culenborg, Van
Gevierendeeld: I en IV in goud drie rode zuilen [Culemborg]: II en III in zilver een roodgetongde zwarte leeuw [Van der Lecke]. Helmteken een uitkomende natuurlijke ezelskop. Dekkleden: rood en goud.
Laer [1]
In goud een rode hank met drie poten.
Laer [2]
Gedeeld, doch soms ontbreekt de deellijn: I Laer [1]; II in goud een rood latijns kruis.
N.B. GDW nr. 1515: I en II verwisseld.
Laer [3]
In blauw zeven zilveren leliŽn. 3 en 3 en 1.923
Laer van Laerwold, Van
Een ankerkruis.
Laman
In blauw een uit wolken in de schildvoet komende omgewende geharnaste arm, zwaaiend met een zwaard, en in het schildhoofd vergezeld van twee sterren.
Laxten, Van
Drie palen, iedere paal op halve hoogte beladen met een mensengezicht.

Lamelin
In goud tien zwarte leliŽn, 3 en 4 en 3.
Lane, Ter
Gedeeld: I in blauw een halve gouden lelie, uitgaand van de deellijn; II in goud twee rode rozen onder elkaar.
Langen, Von
Een droogscheerdersschaar, schuinrechts. GDW nr. 4139: rechtop GDW nr. 2712. Helmteken: een vlucht.
Lanckhals
In rood een goudgehalsbande van onderen rond afgesneden zilveren zwanekop.
Lant
In zilver een golvende rode dwarsbalk.
Lappe, Von
In zwart drie zilveren lindebladeren rechtop, en een versmalde zilveren schildzoom.
Lare, Van de
In zwart een zilveren draak met opgeheven vlucht en twee poten.
Laroche, Van
Gedeeld: I effen goud; II effen rood.
Ledebur
In rood een zilveren keper.
Lellens
Een dubbele adelaar, vergezeld aan beide zijden tussen de hals en de vleugel van een uitkomend klaverblad. Vergelijk: Ompteda.
Levin [Lieuin]
In zilver twee gaande en aanziende roodgekroonde zwarte leeuwen onder elkaar.
Lewe
In goud een rode leeuw. Helmteken: een uitkomende rode leeuw. Dekkleden: goud en rood.
Lewe van Aduard
Gevierendeeld: I en IV Lewe; II en III Aduard. Hartschild: Lewe.
Liancourt
In blauw drie gouden tweelingdwarsbalken.
Liauckema
Gedeeld: I een halve adelaar; II doorsneden: a. in blauw een gouden ster; b. in rood een gouden lelie.
Lichtenvoort
Drie kandelaars waarop brandende kaarsen, de middelste iets lager.
Lieftinck
Een dwarsbalk, vergezeld van drie [dubbele?] adelaars.
Lijnden, Van
In rood een gouden kruis. Schildhouders: twee zwarte hazewindhonden met een geringde halsband.
Ligne de BarbanÁon, De
Gevierendeeld: I en IV een rechterschuinbalk [De Ligne]; II en III drie leeuwen [BarbanÁon]. Helmteken: een rond scherm, beladen met een rechterschuinbalk, het scherm omgeven door een brede zoom met getande buitenrand.
Lintelo [1]
In zilver twee zwarte dwarsbalken en drie zwarte vogels, staand op de bovenzijde van de bovenste dwarsbalk.
Lintelo [2]
Gevierendeeld: I en IV Lintelo [1]; II en III in zilver een zwart kruis [Duitse orde]. Hartschild: in goud drie rode bollen [Borculo]. Helmteken: een zwarte vlucht, terzijde vergezeld van een vlag, waarop het gevierendeelde wapen is herhaald.
N.B. Willem van Lintelo [broer van Everhard Frederik] landcommandeur van de duitse orde, balije Utrecht. Hun grootvader Willem van Lintelo, drost van Borculo. Zie: NLW 1939, k. 58, 61. Ook: W. J. d'Ablaing van Giessenburg. Wapenboek der ridders van de duitsche orde, balije van Utrecht. 's-Gravenhage 1871. Blz. 47.
Lissebon
Een gekroonde omgewende leeuw en tussen de rug van de leeuw en de schildrand vier versmalde dwarsbalken.
Variant: Een omgewende gekroonde leeuw en vier smalle dwarsbalken tussen de schildrand en de rug van de leeuw, tussen het oor en de inplanting van de staart.
Loegen
In zwart een gouden toren met een kegelvormige spits, een gekanteelde daklijst, twee ramen met halfronde bovenkant en een gelijke deur en een trap van drie treden, de torenspits rechtsboven vergezeld van een gouden ster.
Loines, De [De Loyanne]
In blauw zeven gouden bollen, 4 en 3, en daarboven een zeer verhoogde rode dwarsbalk, beladen met een zeer brede zilveren dwarsbalk en deze laatste beladen met een gouden dwarsbalk, beladen met zes van onderen aansluitende blauwe driehoeken.
N.B. GDW nr. 4264: en een rood schildhoofd, beladen met een zilveren dwarsbalk, beladen met een van onderen ingehoekte gouden dwarsbalk.
Losecaet
In blauw een golvende gouden dwarsbalk, en over alles heen een omgewende zilveren wassenaar. Helmteken: twee hellebaarden met zilveren punt schuinkruislings.
Louvigny
In goud drie schuinrechts springende gekroonde zwarte bevers.
Louwens
Gedeeld: I in blauw een gouden halve adelaar; II in zilver een blauwe dwarsbalk, beladen met een zilveren ster.
Lubbers
In groen een goudgekroonde en goudgehalsbande zilveren leeuw.
LŁdinghausen, Von
In zilver drie rode dwarsbalken en over alles heen een goudgekroonde zwarte leeuw met dubbele staart.
Ludolphi
Een rechterschuinbalk, begeleid van twee vleugels.
LŁtetsburg
Gedeeld van groen en zwart en over alles heen een goudgekroonde zilveren leeuw. [Manninga].
Mahr, Van der
In rood een zilveren hartschild, beladen met een op ťťn poot staande zwarte reiger, de andere poot vooruit gestrekt, of beladen met een staande zwarte vogel, het hartschild omgeven door acht of meer van de hartschildrand uitgaande halve zilveren penningen.
Makarston
In blauw een goudgekroonde zilveren leeuw, vergezeld in de rechterbovenhoek van een gouden kroon met twee bladeren.
Macdowell [1]
In goud een goudgekroonde rode leeuw, vergezeld van drie rode sterren, ťťn voor de kop, ťťn tussen rug en staart, ťťn voor de buik.
Macdowell [2]
Gedeeld: I een omgewende ongekroonde leeuw, vergezeld van drie sterren, ťťn rechtsboven de kop en de heide anderen ter zijde van het lichaam; II doorsneden: a. een aanziende hertekop met gewei [Car 2]; b. een hart [Douglas]. Helmteken: een uitkomende gekroonde leeuw.924
Machalen
In zilver een groen beukeblad schuinrechts.
Malsem [Malsum, Malsers]
In rood een zilveren rechterschuinbalk. Helmteken: een uitkomende pauwekop van natuurlijk blauw.
Mandelslo, Von
In blauw een zilveren hoorn, spiraalsgewijs omwonden met een rood lint.
Maneil, Van [Maneel, Van]
In goud vijf rode bollen, 2 en 1 en 2. Helmteken: zie: GDW, nrs. 46f, 963 en 3184. Dekkleden: rood en goud.
Manninga
Gedeeld van groen en zwart en over alles heen een soms goudgekroonde zilveren leeuw. Helmteken: een gouden pelikaan met drie jongen, staand voor een waaier van zeven lansen, waaraan vaantjes, doorsneden van groen en zwart, of van groen, zilver en zwart. Dekkleden: zwart en zilver.
N.B. Vaantjes ook effen: van rechts naar links: goud, groen, zilver, zwart, groen, zilver, zwart.
Veel varianten.
Marees, De
Een kruis, vergezeld van vier rozen.
Marck
Een in drie rijen geschaakte dwarsbalk. Helmteken: een vlucht.
Mark, Van
Gedeeld en over alles heen een eveneens gedeelde dubbele adelaar.
Martena
Doorsneden: A. in blauw een gouden lelie; B. in rood een gouden eikel.
Martinius (Martinus Johannis)
Op een terras een boom, de stam tussen twee leliŽn.
Mattys
In blauw twee zilveren rozen onder elkaar.
Medoog
In groen een dubbele gouden adelaar.
Mees
Doorsneden: A. een aanziende ossekop; B. drie omgewende staande vogels.
Meyer
Twee tot een krans samengevoegde gebladerde takken met ronde vruchten.
Meininga [1]
Gedeeld: I een halve adelaar; II een dwarsbalk, vergezeld van boven en van onderen van een ster.
Meininga [2]
Gedeeld: I een halve adelaar; II doorsneden: a. in blauw een gouden ster; b. in zilver een rode roos.
Meints
Op een terras een gaande hond, de staart tussen de achterpoten.
Meckema
In blauw een zilveren zwaard met gouden gevest, het zwaard overtopt van drie zilveren rozen, 1 en 2. Helmteken: een staande valk met opgeheven vlucht en een opgeheven poot.
Meckenborg
Een lelie, ondersteund door een hart.
Meinders
Op een terras een boom en daartegen klimmend een omgewende hond en een hert.
Mellema [Millema]
Op een terras een tegen een boom klimmend hert met gewei.
Memminga
In zwart een zilveren lelie, vergezeld in het schildhoofd van twee rode rozen en in de schildvoet van twee gouden sterren.
Menkema
Gedwarsbalkt van zes stukken van zilver en rood en over alles heen een zwarte meerman of meermin met schild en zwaard. Vergelijk: Slochteren.
Menolda
Doorsneden: A. effen blauw; B. effen zilver. Dekkleden: blauw en zilver.
Mepsche, De
Doorsneden van goud en zwart en over alles heen een uitgerukte boomtronk met vijf wortels, van rood op het goud en van zilver op het zwart. Helmteken: een natuurlijke pauwestaart waarvoor een uitkomende rode boomtronk.
Merode
In rood vier gouden rechterschuinbalken.
Merfelt
Twee kepers naast elkaar, de zijbalk van de ene gaand over de zijbalk van de andere, en een omgekeerde keper, vervlochten met de vier zijbalken van eerstgenoemde twee kepers.
Middelstum
In zilver een staande, aanziende blauwe geharnaste man, houdend in de rechterhand een lans rechtop [Sint Hippolytus].
Miets [Meits] [1]
In zilver een blauwe keper.
Miets [Meits] [2]
In blauw een zilveren keper.
Millinck
In zilver een dubbele zwarte adelaar.
Minnema
In rood een gouden leeuw.
Moeurs
Een dwarsbalk.
Moncheaux dit Adin
In blauw drie samengevlochten smalle zilveren rechter- en linkerschuinbalken.
Monix
In zilver drie staande ovale perken, beladen met een gouden geklede man met breedgerande hoed, en het wapen met een vrijkwartier, geschaakt van goud en rood, en wederom een zilveren vrijkwartier, beladen met een staande zwarte vogel.
Vergelijk: Van der Aa.
Monninghousen
In goud een aanziende. witgeklede staande monnik met een zwart overkleed, houdend in de rechterhand een klein onherkenbaar voorwerp en in de linkerhand een staf.
Montfoort
Drie antieke molenijzers.
Moore
In zilver drie omgewende zwarte hoorns, beslagen en gesnoerd van goud.
Morian
In zilver een van onderen van vier stukken gekanteelde zwarte linkerschuinbalk, vergezeld van boven van een rode ster. Helmteken: twee zilveren struisveren, waartussen een uitkomende roodgeklede moriaan. Dekkleden: zwart en zilver.
Mulert [Moulaert, Mulart]
In goud drie zwarte kepers. Helmteken: drie lisdodden.
Mum
Een in drie rijen geschaakte dwarsbalk. Helmteken: een uitkomende naakte duivel met bokkehoorns.
Munster, Van [1]
Doorsneden van rood en goud. Helmteken: twee trompen.
N.B. Ook met verwisseling van kleuren.
Munster [2]
In zilver twee blauwe dwarsbalken en een rode schildzoom. Helmteken: een pauwestaart.925
Munster [3]
In zilver twee blauwe dwarsbalken.
Munter
In zilver twee blauwe dwarsbalken.
Wapen van Johannes Munter, commandeur van Wijtwerd.
Muntinghe
Twee veren, samen in de vorm van een omgekeerde keper, waartussen een ring met aan de bovenzijde sierstenen.
Nagel
In zilver een ronde rode gesp met horizontale tong.
Nansum, Tho
In goud een geharnaste galopperende man te paard met uitgetogen zwaard boven de gepluimde helm zwaaiend, alles van zwart. Helmteken: een uitkomende geharnaste man met uitgetogen zwaard boven de gepluimde helm zwaaiend.
Nassau
In blauw een gouden leeuw, vergezeld van staande gouden blokken.
Neheim, Von
In blauw een gouden keper.
Nidda en Isenburg
Doorsneden: a. twee sterren; b. twee balken.
Nyenrode, Van [Nienroy, Van]
Gevierendeeld: I en IV een dwarsbalk [Van Nyenrode]; II en III gedwarsbalkt van zes stukken, de oneven stukken beladen met negen schuinkruisjes, respectievelijk 4 en 3 en 2 [Velsen]. Helmteken: een zittende vos.
Nyeveen, Van
Kepersgewijs doorsneden van zwart en rood en over de snijlijn een zilveren keper, vergezeld van drie gouden schuinkruisen. Helmteken: een vlucht, elke vleugel kepersgewijs doorsneden van zwart en rood en over de snijlijn een zilveren keper, vergezeld van drie gouden schuinkruisen.
Nienoord
In goud een rode adelaar, achter de kop vergezeld van een rode ster. Helmteken: een uitkomende rode adelaar, achter de kop vergezeld van een rode ster.
Nittersum
In goud een dubbele zwarte adelaar. Helmteken: een uitkomende dubbele zwarte adelaar.
Noesten
Gedeeld: I in rood een zilveren lelie; II in blauw een gesnoeide [noestige] gouden boomtak rechtop.
Noorthoorn
Een rechterschuinbalk, beladen met een ster, een roos en een ster.
Noot, Van der
In goud vijf zwarte schelpen, 1 en 3 en 1. Helmteken: een uitkomende geklede man zonder armen en met baard, alles van goud, het lichaam beladen met vier zwarte blokken, 2 en 2.
Nuelandt
Een geŽnte dwarsbalk. Helmteken: een uitkomende gehalsbande beer met opgeheven poten.
Nunninckhof
Een aanziende ossekop, beladen met een keper.
Oer
In goud een zilveren linkerschuinbalk, beladen met vijf blauwe driehoeken, uitgaand van de onderkant en de bovenkant niet rakend. Helmteken: een gouden vlucht, elke vleugel beladen met een zilveren dwarsbalk, beladen met drie blauwe driehoeken, uitgaand van de onderkant en de bovenkant niet rakend. Dekkleden: blauw en goud.
Oetsma
Gedeeld: I een halve adelaar; II doorsneden: a. een ster; b. een roos.
Oldambt
In zilver op een groen terras een rode kerk met vier torens, kerk en torens met blauwe daken, vergezeld van hoven van vijf sterren, 3 en 2.
Oldenbocum, Von [Aldenbocum, Von]
In zwart een zilveren ring. Helmteken: een uitkomende zwarte beer, gehalsband van zilver, de borst beladen met een zilveren ring. Dekkleden: zwart en zilver.
Oldeneel
Drie gebogen en puntig eindigende weversspoelen, de punten naar buiten gekeerd, omgekeerd gaffelsgewijs.
Oldersum, Van
In blauw drie gouden leliŽn. Helmteken: twee zilveren struisveren waartussen een gouden lelie. Dekkleden: blauw en goud.
Olsende
In rood een zilveren keper, vergezeld van drie zilveren eenden met geknotte poten.
Ommelanden
In zilver drie blauwe linkerschuinbalken, vergezeld van elf rode harten schuinrechts, 1 en 4 en 4 en 2.
N.B. Met varianten in de plaatsing van de elf harten.
Ompteda
In zilver een gouden dubbele adelaar, vergezeld aan heide zijden tussen de hals en de vleugel van een uitkomend groen klaverblad. Helmteken: een vlucht, waartussen een uitkomend groen klaverblad. Vergelijk: Lellens.
N.B. Zie ook: MŁnchener Kalender 1924. GDW nr. 962: Veldkleur: blauw.
Onsta
In rood een goudgetongde en genagelde zwarte leeuw. Helmteken: een uitkomende leeuw.
Oomkens
Gedeeld: I een dwarsbalk, vergezeld van drie ruiten, 1 en 2; II op een liggende tak een staande haan.
Oostbroeck, Van
Een rechterschuinbalk, beladen met een lelie tussen twee rozen, de rechterschuinbalk vergezeld van twee rozen.
Oosterwijtwerd
In blauw een zilveren leeuw, gehalsband met een omgekeerde gouden kroon [Ukena].
Oranje
In goud een blauwe hoorn.
Ornia
p een terras een boom, met een rondom de stam omhoogklimmende slang en in de kruin een vogel.
Ottingen
Een doorsneden dwarsbalk, in het midden beladen met een arcering ter grootte van een klein hartschild, waarvan de hoekpunten door gebogen lijnen verbonden met het midden van de bovenzijde en de onderzijde van het schild, samen klokvormig, uitgaand van de bovenzijde en de onderzijde van het hartschildje op de dwarsbalk, de andere hoekpunten van het kleine hartschild door een gebogen lijn eveneens verbonden met de eindpunten van de snijlijn van de dwarsbalk, niet klokvormig, en over alles heen een zeer versmald schuinkruis.
N.B. Vergelijk: J.B. Rietstap. Armorial gťnťral. Gouda 1887. Berlijn 1934. Pag. 341. Oettingen. Ook: A. J. Flament. Opgezworen kwartieren van 36 kanonikessen der vorstelijke rijksabdij Thorn. 's-Gravenhage 1899. Plaat 36.
Pal[l]andt, Van
Gedwarsbalkt van zes stukken van zwart en goud. Helmteken: een zwarte vlucht waartussen een schildje, gedwarsbalkt van zes stukken van zwart en goud. Dekkleden zwart en goud.926
Panser [1]
Een rechterschuinbalk, beladen met zeven aanstotende ruiten, 2 en 3 en 2, de rechterschuinbalk vergezeld van twee klaverbladen. Helmteken: een vlucht, elke vleugel beladen met een schuinbalk, overladen met zeven aanstotende ruiten 2 en 3 en 2.
Panser [2]
In blauw een gouden rechterschuinbalk, beladen met drie liggende zwarte klaverbladen. de steeltjes naar rechts gewend.
Pathuis
Op een terras een boom, vergezeld van boven van twee in de richting van de kruin schuin naar beneden vliegende vogels met zijwaarts gestrekte vleugels, gezien op de rug, in elke bovenhoek ťťn.
Pave van Darthuisen
In zilver drie rode gespen, of drie rode penningen, elke penning beladen met vier zilveren roosjes, gescheiden door een verkort en versmald dwarsbalkje, 2 en 2. Helmteken: een pronkende gouden pauw.
Pipenpoy
In blauw drie zilveren leliŽn.
Piccardt
In blauw een gouden adelaarspoot. Helmteken: een vlucht, waartussen een adelaarspoot. Dekkleden: blauw en goud.
Plettenburg
Gedeeld van zilver en groen.
Poelgeest
In blauw een gouden dwarsbalk, vergezeld van drie zilveren adelaars.
Pol
In rood drie vairpalen van blauw en zilver en een gouden schildhoofd, beladen met een zwarte lelie. Helmteken: een zwarte lelie.
Polanen
In zilver drie naar rechts gewende zwarte wassenaars. Helmteken: een zwarte naar rechts gewende wassenaar.
Polman
In goud een in twee rijen van zilver en rood geschaakte linkcrschuinbalk, ondersteund door een gelijke halve rechterschuinbalk. Helmteken: een vlucht.
Popinge
Een naar rechts gewende wassenaar, vergezeld van een achtpuntige ster. Helmteken: een lelie.
Popma
Rechtsgeschuind: I een ster; II een lelie.
Poptada
Een soms gehalsbande leeuw. Helmteken: een uitkomende leeuw.
Praet, Du
Een schuinkruis.
Prenger
Een schuinkruis, soms verkort, vergezeld van vier sterren, in elke hoek ťťn. Helmteken: een zich kammende en in een spiegel ziende meermin.
Prott
In zilver twee aanziende rode ossekoppen naast elkaar. Helmteken: twee trompen,waartussen een aanziende ossekop.
N.B. GDW nr. 2407: Gedeeld: I een ossekop: II een ossekop.
Quarouble
Gevierendeeld: I en IV in blauw een verkort gouden schuinkruis, in elke hoek vergezeld van een gouden roos; II en III in zilver een rode leeuw.
Quintus
Een dwarsbalk, vergezeld van boven van drie knollen met loof, naast elkaar, en vergezeld van onderen van een op een terras gezeten en uit zijn poot etende omgewende eekhoorn.
Raesvelt [Raetsvelt, Raesfeld, Van]
In goud een blauwe dwarsbalk.
Rasquert, Van
In goud een rode adelaar. Helmteken: een uitkomende rode adelaar. Dekkleden rood en goud.
Raulin
In zilver drie goudgeknopte rode rozen met van onderen een groen vruchtbeginsel.
Raeve
In zwart een staande gouden raaf.
Reael
Gevierendeeld: I en IV in blauw drie zilveren pijlen rechtop naastelkaar, de middelste iets lager; II en III in zilver een aanziende rode hertekop met gewei, de linker hoorn omhangen met een gouden kroon.
Rechteren
In goud een rood kruis.
Rekamp
Gedeeld: I groen; II zilver; en over alles heen een opspringend zilveren hert met zilveren gewei en zilveren hoeven.
Wapen van Joannes Rekamp, abt van Aduard. Variant: Een omgewend springend hert zonder gewei
Recke, Von der
In blauw een zilveren dwarsbalk, beladen met drie rode palen.
Rhemen, Van
In rood een zilveren dwarsbalk, in het midden beladen met een zwarte streep. ondersteunend drie staande gouden vogels naast elkaar, de koppen boven de dwarsbalk uitstekend.
Rengers [1]
In zilver een groene dwarsbalk, vergezeld van drie goudgeknopte rode rozen aan bladerloze groene of gouden stengels, samenkomend in het midden van de dwarsbalk. Helmteken: een vlucht, de rechtervleugel beladen met een dwarsbalk. N. B. Johan Rengers ten Post veranderde het wapen Rengers [1] in Rengers [2] 1507/1509. Zie: RAG. Archief Farmsum, inv. nr. 8, regest 243 en 246. Vergelijk inv. nr. 836t, regest 110.
Rengers [2]
In blauw een gouden dwarsbalk, vergezeld van drie gouden rozen. Helmteken: een vlucht van blauw en goud, de blauwe vleugel beladen met een gouden dwarsbalk.
Rengers van Farmsum
Gevierendeeld: I en IV Rengers [2]; II en III Farmsum. Hartschild: Tuwinga.
Rennenberg, Van
In zilver twee blauwe kepers. Helmteken GDW nr. 2707: een zilveren vlucht. de rechtervleugel beladen met twee blauwe kepers. Dekkleden: blauw en zilver; GDW nr. 2712. Helmteken: een vlucht, beide vleugels beladen met twee kepers.
Rensuma
In blauwe arcering een uit water oprijzende meermin met naar rechts opgeheven armen en met wapperende haren.
Retbergen
In goud een zwarte leeuw, waarover een verkorte, iets gebogen rode streep schuinrechts. Na de restauratie van GDW nr. 4454 in 1963 de leeuw over de schuinstreep.
Reuspe
Twee schippershaken, de haken aan de bovenkant en afgewend, vergezeld in de vier hoeken van drie blokken, de lange zijde evenwijdig met de schildrand. Helmteken: een vlucht.
Ridder
Gedeeld: I twee dwarsbalken, elk beladen met twee ruiten, of respectievelijk met drie en twee ruiten; II drie kepers.927
Ryfferscheit
In zilver een rood hartschild, vergezeld van boven van een blauwe barensteel met vijf hangers.
Ryswyck
Gevierendeeld: I en IV in zilver drie zwarte dwarsbalken: II en III in zilver een zwarte leeuw. Hartschild: in rood twee van elkaar afgewende zilveren zalmen, rechtop naast elkaar.
Rincking
In rood twee gouden stokken, schuinkruislings over elkaar, vergezeld van vier gouden ringen, in elke hoek van het schuinkruis een.
Rinia
Gedeeld: I een halve adelaar, II doorsneden: a. een ster; b. twee klaverbladen naast elkaar.
Rinsma
Een adelaar, de borst beladen met een ster.
Ripperbant
In goud een zwarte keper, vergezeld van drie zwarte penningen.
Ripperda
In zwart een geharnaste galopperende man te paard, zwaaiend met een zwaard boven de gepluimde helm, alles van goud. Helmteken: een uitkomende gouden draak met op geheven vlucht. Dekkleden: goud en zwart.
Robers
Drie vleugels, gaffelsgewijs, de bovenste een vlucht vormend.
Rocquignie
In zilver drie zwarte schaakstukken.
Rod[er]
Een verkort en verbrecdarmig latijns kruis.
Roem[m]erborg
In zilver drie rode weversspoelen, samen omgekeerd gaffelsgewijs.
Rogendorf
Gevierendeeld: I en IV gekanteeld doorsneden van drie stukken en in tiet schild hoofd een ster [Wildhausen]; II en III een gekroonde leeuw [Rogendorf].
Rolt[e]man
Gedeeld: I in blauw een gouden halve adelaar, uitgaand van de deellijn; II in goud een halve rode lelie. uitgaand van de deellijn. Helmteken: een uitkomende adelaar.
Roorda
Gedeeld: I een halve adelaar; II doorsneden: a. een uitkomende moriaan met wrong; b. een roos.
Rooscoma
In goud een zilveren lelie, vergezeld van drie zilveren rozen, 2 en 1, komend met bladerloze zilveren stengels uit het middenblad van de lelie.
N.B. Nagetekend: RAG. Bibliotheek nr. 707.
Rotgema [Rotkuma] [1]
In goud een rode lelie, vergezeld van drie rode rozen aan bladerloze groene stengels, 1 en 2, komend respectievelijk uit de top en tussen de bladeren van de lelie.
Rotgema [Rotkuma] [2]
In rood een zilveren lelie vergezeld in het schildhoofd van drie zilveren rozen aan bladerloze stengels naast elkaar, komend uit de lelie.
Roueken
In groen een zilveren keper, beladen met twee naar elkaar toegewende staande zwarte vogels, geen roeken, de keper vergezeld van onderen van een aanziende en gekroonde zilveren ossekop.
Rue[r]lo
In zilver op een groen terras een goudgehalsbande springende zwarte hond.
R[h]unen
Doorsneden: A. gedamasceerd zilver: B. in zwart drie zilveren rozen.
Rutenbergh, Von
In goud acht aaneengesloten en aanstotende zwarte ruiten, 5 en 3, ook wel 5 en 4. Helmteken: een rode muts met hermelijnen opslag, en met een terugvallende punt, de muts bestoken met drie gouden struisveren. Dekkleden: zwart en goud.
Ruytenburch [Rutenborch, Rutenborgh]
In rood negentien gouden penningen, 4, 5, 4, 3, 2, 1, en met een zilveren schildzoom, beladen met zes zwarte leliŽn.
Ruitenburg, Van
Een hartschild, beladen met een kasteel met twee hoektorens. het hartschild vergezeld van drie vogels.
Rummerinck
Doorsneden: A. een paal, aan beide zijden beladen met een getande flank; B. een gaande beer.
Ruse
Gevierendeeld: I en IV: in goud op een door water omspoelde rots of eiland een grauwe burcht of kegelvormige toren, gewapend met kanonnen en getooid met een rode vlag, beladen met een gouden kruis [Denemarken]; II en III in rood twee gaande gekroonde zilveren leeuwen onder elkaar. Hartschild: in goud een gekroonde rechtop naar boven kronkelende gouden slang met uitgestoken tong.
Saldern
In goud een onherkenbare min of meer ronde zwarte figuur met gekartelde rand.
Sandra, De
Gevierendeeld: I en IV in rood een gouden kroon; II en III in blauw een zilveren keper, beladen met zes rode sterren, de keper vergezeld van onderen van een gouden ster.
Sappens of Sappema
Een uit de linkerschildrand komende arm, houdend drie rozen aan stengels.
Sasse
Gedwarsbalkt van acht stukken van goud en rood en over alles heen een in twee rijen van rood en goud geschaakte linkerschuinbalk. Helmteken: een vlucht. de rechtervleugel volgens het schild, de linkervleugel goud. Dekkleden: rood en goud.
Schade, Von
In blauw een aanziende zilveren helm met helmteken: drie gouden lansen met zilveren punten en met vaantjes, respectievelijk rood, zilver en rood. Helmteken: zes gouden lansen met zilveren punten en met vaantjes, afwisselend van zilver en rood, of van zilver, goud en rood. Dekkleden blauw en zilver.
N.B. Met veel kleurvarianten in vaantjes en dekkleden.
Schaffer
In goud een omziende gaande zwarte wolf, houdend in de bek een bij de hals gevatte zilveren gans. Helmteken; een uitkomende zwarte wolf.
N.B. De wolf komt rood voor. Zie: GDW. nrs. 241e, 3195, 3196, 3788.
Schatter
In goud een roodgekroonde zwarte halve leeuw.
Schaumburg
Een netelblad.
Schay
Gedeeld: I in goud een zwarte dwarsbalk; II in goud een zwarte adelaar met rode snavel en poten. Helmteken: een uitkomende zwarte adelaar.
Scheel
Gevierendeeld: I en IV in goud een rode valdeur [Scheel]; II en III in goud drie zwarte weerhaken [Schledehausen]. Helmteken: een gouden pauwestaart, misschien beladen met een kroon. Dekkleden: rood en goud.
Scheffert
Gevierendeeld: I en IV in zwart een uitkomende jongeling zonder armen, soms geblinddoekt van zilver, goudgekleed en beladen met een zwarte keper; II en III in goud een zwarte keper.
Schellingwoude
Gevierendeeld: I en IV in blauw een gaand zilveren schaap; II en III in zwart een omgekeerde zilveren droogscheerdersschaar.928
Scheltkema(-Nijenstein)
In goud een zwarte adelaar, de borst beladen met een zwart schild, overladen met drie gouden sterren.
Scherf
Drie naar rechts gewende wassenaars. Helmteken: een vlucht, waartussen een naar boven gewende wassenaar.
N.B. GDW, nr. 1548, de wassenaars naar boven gewend.
Schenck van Tautenburg
Rechtsgeschuinbalkt van tien stukken van blauw en zilver. Helmteken: twee geschuinbalkte trompen.
Scherpenzeel [1]
In blauw zeven zilveren leliŽn, 3 en 3 en 1.
Scherpenzeel [2]
In blauw zes zilveren leliŽn, 3 en 2 en 1.
Scherpenzeel [3]
In blauw negen zilveren leliŽn, 4 en 3 en 2.
Schickhart
Een dwarsbalk, vergezeld van boven van twee rozen aan gebladerde stengels, samen komend uit de dwarsbalk.
Schinckel
Een omgewende arm, houdend een zwaard schuinrechts. Helmteken: drie struisveren.
Schlannyg
In zilver een groen klaverblad.
Scholles
In zwart twee gaande roodgetongde zilveren leeuwen onder elkaar, het achterlijf beladen met twee rode linkerschuinbalken.
SchŲnleben, Von
Een leeuw.
Schouwerzijlvest
Een golvende en gegolfde dwarsbalk.
Schuilghel
In zilver drie rode leeuwekoppen.
Schulenborg, Von der
Gevierendeeld: I en IV in zilver drie liggende zwarte roofvogelklauwen met rood bovenbeen; II en III in goud een gaand paard, gevierendeeld van rood en zilver.
Schultinga [Schultinckl
Een lelie, vergezeld in het schildhoofd van twee rozen.
Seeburg
Een golvende rechterschuinbalk, beladen met drie lindebladeren, schuinrcchts.
Selbach, [Van]
Gevierendeeld: I en IV drie aanstotende ruiten schuinrechts; II en III een roos. Helmteken: een vlucht, de rechtervleugel beladen met drie aanstotende ruiten schuinrechts, vergezeld van onderen van een roos, overeenkomstig de kwartieren I en III, de linkervleugel beladen met een roos, vergezeld van onderen van drie aanstotende ruiten schuinrechts, overeenkomstig de kwartieren II en IV.
N.B. GDW, nr. 1330c: Gevierendeeld: I en IV in zilver een rode roos; II en III in goud respectievelijk vijf en vier zwarte ruiten schuinlinks.
Zeneghe
In goud een vijfstralige zwarte karbonkel.
Zerotin
Een terras, rechts verkort en naar beneden afhellend, en over alles heen een gekroonde leeuw.
Sevenstern
Zeven sterren, 1, 2, 1, 2, 1.
Sibinga
Op een terras een wildeman, dragend op de rechterschouder een knots en in de opgeheven linkerhand een schildje, beladen met drie leliŽn.
Sichterman
In goud een zittende eekhoorn, knabbelen, aan een in de voorpoten gehouden vrucht met een gebladerde stengel.
Ziegenhain
Doorsneden: a. een ster; b. effen.
Sighers, De
In goud een op een liggende boomstam staande zwarte adelaar met opgeheven vlucht, steunend met de snavel het boveneind van een op de boomstam staande rode voetboog, houdend een opgeheven poot aan de trekker. Helmteken: een voor een waaier van zes struisveren, afwisselend van goud, rood en zilver, staande adelaar met opgeheven vlucht steunend met de snavel een voetboogje, of ook wel een uitkomende adelaar met opgeheven vlucht.
N.B. Vergelijk: Gockinga [2].
Siccama
In blauw een gehalsbande en geringde jachthondekop.
Sijpkens
Op een terras een omgewende leeuw.
Sytzama, Van
In blauw een zilveren roos, een gouden klaverblad en een zilveren roos onder elkaar.
Sickinghe
Gedeeld: I een halve adelaar; II in rood een zilveren dwarsbalk. Helmteken: een uitkomende zwarte adelaar, de hals en de vleugels beladen met een zilveren dwarsbalk. Dekkleden: rood en goud.
N.B. GDW 3938, 3939. Helmteken: een uitkomende zwarte adelaar, de hals beladen met een zilveren dwarsbalk, de vleugels met een rode dwarsbalk. Dekkleden: rood en zilver.
Sjaerd[em]a
In blauw een zilveren pijl rechtop, rechts vergezeld van de rechterhelft van een gouden lelie, de pijl links vergezeld van een gouden lelie en drie sterren, 2 en 1, onder elkaar.
Siorda
Gedeeld: I drie rozen onder elkaar; II een met beide voorpoten tegen de deellijn klimmende hazewindhond, en daarboven een met vier poten tegen de deellijn omhooglopende kleinere hazewindhond.
Slochteren
Gedwarsbalkt van zes stukken van zilver en rood en over alles heen een zittende, ongevleugelde zwarte gesnavelde draak met pijltong en pijlstaart.
N.B. Zie: GVA, 1955, blz. 59.
Sloet [Sloot]
In zilver een naar boven gewende rode wassenaar.
Sminia
Gedeeld: I een halve adelaar; II een omgewende wassenaar.
Smulling
Een ladder, schuinlinks. Helmteken: een uitkomende moriaan met hoofddoek.
Snabel
Gedeeld: I drie omgewende staande zwanen met opgeheven en achterwaarts gerichte vlucht: II een beker op een hoog voetstuk met nodus en met een halfronde deksel, versierd van boven en aan beide zijden met een ronde knop.
Snelgersma
Een lelie.
Soete, De
In zwart een zilveren keper.
Solckema
Gevierendeeld: I een halve adelaar; II een ster; III een lelie; IV een roos.
Sonnenberch
Een keper, vergezeld van boven van twee meerlen en van onderen van een zon met acht stralen, afwisselend recht en golvend.
Sonoy
In zilver drie goudgeknopte blauwe mispelbloemen. Helmteken: een zwart bolletje, bestoken met een pluim van zwarte haneveren.
Sparringa
In goud een adelaar. Helmteken: een uitkomende adelaarskop.
Spee
Een gaande haan met gesloten vlucht. Helmteken: een uitkomende haan met opgeheven vlucht.
Spyrynck
In zwart een zesspakig gouden wiel.
Stael, Von [Stahl]
In zilver acht rode rozen, zoomsgewijs, drie boven, drie onder en een aan929 elke zijde. Helmteken: twee zilveren trompen, aan elke buitenkant begeleid van vier aan hangende rode rozen. Dekkleden: rood en zilver.
N.B. GDW, nrs. 2712, 2716: penningen inplaats van rozen.
Stad en Lande
Gevierendeeld: I en IV Groningen; II en III Ommelanden.
Staikenburg
In goud vijf rode palen en een zilveren vrijkwartier, beladen met negen zwarte bollen, 3 en 3 en 3.
N.B. Vergelijk: Stakenbroek.
Stakenbroek
Gepaald van rood en goud van acht stukken en een zilveren vrijkwartier, beladen met negen zwarte hermelijnstaartjes, 3 en 3 en 3.
N.B. Met varianten. Vergelijk: Staikenburg.
Stania
Gevierendeeld: I in rood een omgewende zilveren Iceuwekop; II en III in blauw een gouden lelie; IV in rood een goudgeknopte zilveren roos.
N.B. Gevierendeeld en over de vierendeling een iets verkort zilveren ankerkruis: I en IV een roos; II een leeuwengezicht; III een lelie, vergezeld van onderen van een onherkenbare figuur. Vergelijk het zilveren ankerkruis over de vierendeling met GDW, nr. 4614.
Star
Een wildeman, dragend op de rechterschouder een knots en in de linkerhand aan een riem een schildje, beladen met een ster.
Stedum
In zwart, soms op een groen terras, een aanziende gouden geharnaste man, zwaaiend met een uitgetrokken zwaard boven de gepluimde helm, de andere hand aan de gordel, waaraan een afhangende schede.
Ook: In goud een blauwe staande en aanziende geharnaste man met gepluimde helm en gesloten vizier, zwaaiend met een zwaard boven het hoofd, de linkerhand in de zijde en een van de koppelriem afhangende schede (GDW, nr. 39).
Sticke [Edelsticke]
In goud een van rood en zilver geŽnte dwarsbalk. Helmteken: een gouden vlucht, elke vleugel beladen met een van zilver en rood geŽnte dwarsbalk. Dekkleden: rood en goud.
Stork
Doorsneden van zwart en goud en over alles heen op een zwart heuveltje een staande ooievaar, van zilver op het zwart en van zwart op het goud, met opgeheven zilveren vlucht, houdend in de snavel een gouden ring.
Strepitz
In goud een zwart lindeblad schuinlinks.
Sucre, De
Gevierendeeld: I en IV in rood een zilveren kam met boven en onder een rij tanden, de kam beladen met een zwarte dwarsbalk; II en III in zwart een gouden ankerkruis.
Zuylen, Van
Gevierendeeld: in goud drie rode zuilen, vergezeld in het schildhoofd van een blauwe barensteel met drie of vijf hangers [Zuylen]. Helmteken: een zilveren ezelskop. Dekkleden: rood en goud.
Zuylen van der Haer, Van
Gevierendeeld: I en IV in goud drie rode zuilen, vergezeld in het schildhoofd van een blauwe barensteel met drie of vijf hangers [Zuylen]; II en III in zilver een zwarte leeuw. Helmteken: een zilveren ezelskop. Dekkleden: rood en goud.
Suire
In rood een zilveren keper, vergezeld van drie zilveren eenden met geknotte poten.
Suhrhuis, Van
In zwart een zilveren ankerkruis.
Swalue
Doorsneden: A. op een terras een galopperend, iets steigerend paard; B. op een uit de linker schildrand komend takje een zwaluw.
Swaanenborgh
In rood een staande zilveren zwaan met rode bek en poten.
Swansbell, Von
In zilver drie omgekeerde triangelvormige rode merkringen voor zwanen, de ene zijkant klemmend over de andere in de trant van huismerk nr. 110.
Swartte
Een aanziend en gekleed borstbeeld van een moriaan.
Swinderen, Van
In blauw een zilveren keper, vergezeld van boven van twee gouden sterren en van onderen van een naar beneden gewende zilveren wassenaar.
Taedema
In zilver op een groen terras een voor een groene boom liggende roodgehalsbande zilveren hond.
Tammen
Gedeeld: I een halve adelaar, vergezeld boven de kop van een ster; lI op een terras een staande omziende gans, ook wel met opgeheven vlucht, houdend in de bek een klaver blad.
Tamminga
Gedeeld: I effen rood; II in goud een blauwe dwarsbalk. Helmteken: een uitkomende rode reiger met opgeheven vlucht, de linker vleugel van goud, beladen met een blauwe dwarsbalk. Dekkleden: rood en goud.
Tampier
In blauw tien gouden leliŽn, 3 en 2 en 3 en 2, en een gouden vrijkwartier, beladen met een zwarte leeuw.
Thedema [Teeme]
In zilver een rode leeuw, de rechtervoorpoot gevat in een metalen klem [GDW, nr. 964], geknoopt in een gouden koord [GDW, nr. 2964] of in een lint [GDW, nr. 967]. Helmteken: een uitkomende leeuw, de rechtervoorpoot volgens het schild.
Teylinghe
In goud een goudgekroonde rode leeuw en een zilveren barensteel van drie hangers, gaande over de borst van de leeuw van schildrand tot schildrand. Helmteken: een uit komende goudgekroonde rode leeuw met een barensteel van drie hangers, gaand over de leeuw. Dekkleden: rood en goud.
Themmen
Een leeuw, vergezeld in het schildhoofd van twee rozen.
Termunterzijlvest
Twee gegolfde dwarsbalken.
Variant: In zilver een golvende, misschien ook gegolfde rode dwarsbalk.
Tertre, Du
In zilver drie rode dubbele adelaars met zwarte klauwen.
Tiddinga
Drie leliŽn. Helmteken: twee struisveren waartussen een lelie.
Tinsley
In zilver een rode en een gouden linkerschuinbalk onder elkaar.
Tjaerda
In blauw een zilveren ster, een rode roos en een zilveren ster onder elkaar. Helmteken: een zilveren ster.
[Tjarda] [van] Starkenborgh
In goud een zwarte adelaar, dragend in de bek aan een gouden930 ketting een voor de borst hangend gouden schild, beladen met een rode leeuw. Helmteken: een uitkomende zwarte adelaar, dragend in de bek een in het midden vastgehouden gouden ketting, hangend met beide einden naar beneden. Dekkleden: goud en zwart.
Treccius
Huismerk nr. 392; II een dwarsbalk, beladen met twee sterren naast elkaar.
Trip
In rood drie gouden trippen.
Tzalinge
Doorsneden: A. een ster; B. een dubbele adelaar.
Tuwinga
In goud een zilveren lelie.
Twickelo
In zilver een geopende, driekantige zwarte schoorsteenhaak. Helmteken: drie van beneden naar boven breed uitlopende lange rode voorwerpen met zilveren boveneinden. Dekkleden: zwart en zilver.
N.B. GDW nr. 3096, helmteken behoorde te zijn: drie rode struisveren met zilveren omslag. GDW, nr. 3661: de struisveren staan op bollen.
Ubbena
Doorsneden van zwart en zilver en over alles heen een leeuw, van zilver op het zwart en van zwart op het zilver. Helmteken: een pauwestaart, veelal in drie rijen.
N.B. Zilver en zwart soms verwisseld. Bijvoorbeeld: GDW nrs. 3716, 3717, 3788.
Uchtman
Een verkort verbreedarmig kruis, schuinrechts vergezeld van twee rozen en schuinlinks vergezeld van twee achtpuntige sterren.
Ufkens
In blauw drie gouden sterren. Helmteken: een vlucht van goud en blauw waartussen een gouden ster. Dekkleden: blauw en goud.
Uilersma
Een grote lelie, vergezeld rechtsboven en linksbeneden van een sterretje.
Ukena
In blauw een zilveren leeuw, gehalsband met een omgekeerde gouden kroon.
Ulger[s]
In goud een zwarte keper, vergezeld van drie rode rozen. Helmteken: een uitkomende man, dragend op de schouder een knots.
Unia [1]
Gedeeld: I een halve adelaar: II een omgewende zilveren wassenaar.
Unia [2]
In blauw een omgewende zilveren wassenaar.
Uniken
Gedeeld: I een omgewende leeuw; II een dwarsbalk, vergezeld van boven en van onderen van een roos.
Uplewert, Van
In zilver een goudgchalsbande en van voren goudgeringde staande zwarte draak met twee vogelpoten, de rechter opgeheven, met rode pijltong en met opgeheven vleermuisvlucht. Helmteken: een goudgehalsbande en van voren goudgeringde staande zwarte draak met twee vogelpoten, de rechter opgeheven, met rode pijltong en met opgeheven vleermuisvlucht. Dekkleden: zwart en zilver.
Utersteweer
In rood een gaande ongevleugelde zwarte griffioen, draak of hond met vier poten en een pijlstaart, met gouden tong en nagels.
N.B. GDW, nr. 2716: springend en van zilver.
Uiterwick
In rood drie buikige zilveren kannen met deksel en voetstuk en een oor aan de linker zijde.
Vack
In zilver een zwart kruis, het hart beladen met een smal zilveren schuinkruisje.
Valck[e]
In zilver een staande zwarte valk met gouden klauwen en snavel, met een opgeheven poot en met opgeheven vlucht. Helmteken: staand op een poot in een met een zilveren lint omwonden naar boven gewende gouden wassenaar een zwarte valk met gouden klauwen en snavel en met opgeheven vlucht. Dekkleden: zwart en zilver.
Valcke
Een staande valk met opgeheven poot en opgeheven vlucht.
Valcke, De
Drie omgewende staande en opvliegende valken met geopende vlucht.
Veelcker
Gedeeld: I een halve adelaar; II in groen een zilveren dwarsbalk, beladen met een rode letter V.
Veen
In rood een zilveren dwarsbalk. vergezeld van drie zilveren ruiten.
Veendam en Wildervank
Een arm, komend uit een van de linkerbenedcnhoek uitgaande wolk, de arm omstrengeld door een adder, zich uitstrekkend naar een door de hand gehouden heidestruik, de arm vergezeld in de linkerschildhelft, tussen heidestruik en wolk van een lelie.
Veldtman
In blauw een zilveren keper, beladen met drie rode sterren, de keper vergezeld van drie gouden vleugels, de beide bovenste naar elkaar toe gewend.
Veldtman, De Sandra
Gevierendeeld: I en IV Veldtman: II en III De Sandra. Hartschild op de kwartieren II en III: in blauw een gouden lelie. Hartschild op het wapen: gedwarsbalkt van zes stukken van zilver en zwart en over alles heen een onduidelijk geschilderde draak [Slochteren].
N.B. Zie: L[ite] E[ngelberts]. Anna Maria de Sandra. Zeist 1927. Blz. 10-11, 160/161, 196.
Verruci[us] [Verrutius]
Drie gesloten bloemknoppen van terzijde, elk op een korte gebladerde stengel, in het schildhart vergezeld van een ster[retje].
N.B. Het sterretje soms vijfpuntig. Zie: GDW, nrs. 1567, 1676, 2556.
Vianden
In rood een zilveren dwarsbalk.
Vieraecker
In zilver een rood verkort kruis. de armen eindigend in twee bollen naast elkaar.
Vinkenborg
Een linkerschuinbalk, beladen met drie omgewende staande vogels met kromme snavels, de linkerschuinbalk vergezeld van twee leliŽn.
Vinkers
Een aanziende wildeman, dragend een knots op de rechterschouder, en houdend in de linkerhand een schildje, beladen met drie leliŽn.
Vischwer[d]t
In blauw twee gouden leliŽn naast elkaar, vergezeld van onderen van een rode roos.
Volens [Voelens]
In zilver een springende zwarte bok, vergezeld van drie gouden leliŽn, soms 2 en 1, soms op willekeurige, ruimtebiedende plaatsen.
Voorne
In goud een zwarte keper, vergezeld van boven van twee zwarte meerlen en van onder van een zwemmende zwarte vis, een voorn.
Voorst
In zilver een zwarte linkcrschuinbalk met aan de bovenkant drie kantelen en aan de onderkant een, de linkerschuinbalk begeleid van boven van vier blokken, 1 en 3, en van onderen van zeven blokken. 4 en 3.
Vorden
In goud een van twee rijen van zilver en zwart geschaakt kruis.
Vos
Een effen hartschild, zoomswijs vergezeld van acht bollen, in het schildhoofd drie, in de voet drie en aan elke zijde een.
Voss, Von
In zilver drie rode linkerschuinbalken.931
Vos van Steenwijk, De
In zilver vijf rode rechterschuinhalken en een zwarte schildzoom, beladen met acht gouden penningen, in het schildhoofd drie, in de schildvoet drie en aan elke zijde een.
N.B. Gouden veld: GDW, nr. 497.
Vredewold
In rood een geharnaste man op een steigerend paard, zwaaiend boven het hoofd een zwaard, en een getande schildzoom, alles van zilver.
Vuist
In blauw een uit een rode manchet komende opgestoken gebalde vuist van de linkerhand, vergezeld van drie rode rozen.
Waeyers
In rood een zilveren dwarsbalk, beladen met een uitkomend gekleed borstbeeld, met aan beide zijden van het hoofd een uitstekende haarvlecht alles zwart, de dwarsbalk vergezeld van drie zilveren vogels met geknotte poten, de beide bovenste naar elkaar toegewend.
Walta, Van
In blauw drie zilveren ruiten.
Wahren, Van [Van Waeden]
Rechtsgeschuind van rood en groen en over de snijlijn een zilveren rechterschuinbalk.
N.B. Met kleurverwisseling.
Warfhuse
Een effen hartschild, vergezeld van drie omgewende staande ganzen met geknotte poten. Helmteken: een uitkomende ganzekop.
Warmelo
Tegengedwarsbalkt van drie stukken van blauwen zilver.
Warmolts
Gedeeld: I zeven penningen, 1 en 2 en 1 en 2 en 1; II een verkort breedarmig kruis, waarvan de onderste arm iets langer is.
Water, Ten [1]
In goud drie rode leeuwegezichten.
N.B. GDW nr. 2285: Zwarte leeuwegezichten.
Water, Ten [2]
Doorsneden: A. in rood een uitkomende gouden leeuw; B. in zilver drie zwarte leliŽn.
Waterman
In zilver twee beurtelings gekanteelde zwarte dwarsbalken.
Weerdenborch
In rood drie blauwe vairpalen en een effen gouden schildhoofd.
We[e]rdum [Wehrduni]
In zilver op een groen terras een uit een groen bos komende halve rood getongde zwarte leeuw. Helmteken: twee of drie knoestige takken.
Welveld[e], Van [Welevelt]
In blauw drie zilveren rozen of mispelbloemen en een gouden schildhoofd, beladen met een uitkomende rode wolvekop. Helmteken: een gouden en een rode struisveer, waartussen een uitkomende rode wolvekop. Dekkleden: blauw en goud.
N.B. Soms is het schildhoofd zo groot, dat het wapen als doorsneden voorkomt. Zie:GDW nrs. 1963, 3096.
Wenge, Van der
In zilver, soms op een terras, een ronde zwarte toren met een zilveren deur en een kegelvormig dak, waarop een kruis. Helmteken: een zwarte vlucht, waartussen een ronde zwarte toren met zilveren deur en een kegelvormig dak, waarop een kruis.
Westerholt
Tegengedwarsbalkt van drie stukken van zwart en zilver.
N.B. Ook van zilver en zwart. Zie: GDW, nrs 3939, 3940.
Westerhuis
In zilver twee zwarte kepers.
Westrem, Von
In zilver een rode dwarsbalk, beladen met drie gouden sterren naast elkaar.
Wiarda
Een staande geringde zwaan met gesloten vlucht.
Wicheringe
In zwart drie halve gouden leliŽn, respectievelijk uitgaand van de zijkanten en van de bovenkant. Helmteken: een zwarte vlucht, waartussen een gouden lelie.
Wichers
In blauw drie gouden appels of oranjeappels, ieder op een groen gebladerd takje. Helmeken: een uitkomend gouden paard. Dekkleden: blauw en goud.
N.B. GDW nr. 1793b: Helmteken: een gouden paardekop.
Wibema
Gedeeld: I effen rood; II in goud een blauwe dwarsbalk, beladen met een gouden ster.
Wychgel
Een dwarsbalk, beladen met drie sterren, de dwarsbalk vergezeld van drie leliŽn.
Wyfringe
Gedeeld: I een halve adelaar; II in goud drie gesnoerde zwarte hoorns.
Wyck, Van
Gevierendeeld: 1 en IV drie zuilen; II en III een gekroonde leeuw.
Wylich, Von [Wilach, Wylagh, Wyllig]
In zilver een rode keper, vergezeld van onderen van een rode ring. Helmteken: een uitkomende zilveren drakekop met vlammende tong, en rode halsband, dragend een zilveren schildje, beladen met een rode keper, vergezeld van onderen van een rode ring. Dekkleden: rood en zilver.
Wynbergen
In zilver drie vijfspakige zwarte wielen.
N.B. GDW nr. 3493: Rode wielen.
Wijtwerd, commanderij
In rood een zilveren kruis.
Variant: In zwart een zilveren kruis.
Wytsma [Witsma]
Doorsneden: A. gedeeld: 1 een ster; 2 een klaverblad: B twee liggende parallellogramvormige blokken naast elkaar. Helmteken: drie struisveren.
Wildervanck
Gevierendeeld: I op een gewelfd terras een staande valk met gesloten vlucht en met een om de hals gestrikt lint; II staand op de snijlijn een gekroond kruis; III drie linkerschuinbalken; IV een gesnoerde en beslagen omgewende hoorn.
Wilcken
Doorsneden: A. een uitkomende leeuw: B. een lelie en langs de onderkant en de zijkanten een versmalde zoom met vijf kantelen waarvan de eerste en de laatste uitgaand van de snijlijn, de kantelen smaller dan de tussenruimten.
Wincken
Een halve leeuw, vergezeld van onderen van een ster. Helmtekcn: een vlucht, waar tussen een ster, elke vleugel beladen met een ster.
Winsumer- en Schaphalsterzijlvest
...
Wiss
In rood twee gaande gouden leeuwen onder elkaar. Helmteken: twee uitkomende paardenpoten samen in de vorm van een omgekeerde keper.932
Wolthers
In blauw op een groen terras een gaand zilveren paaslam, dragend een in een kruis eindigende staf, waaraan een ingehoekte zilveren wimpel, beladen met een verkort breedarmig rood kruis. Helmteken: een vlucht, de vleugels afwisselend doorsneden van blauw en zilver.
Wurben, [WŁrbna]
Een dwarsbalk vergezeld van zes leliŽn, boven en onder drie naast elkaar.
Y: Zie I.
Z: Zie S.



Contact


Bron: A. Pathuis, Groninger gedenkwaardigheden. Teksten, wapens en huismerken van 1298-1814
(Assen/Amsterdam 1977), met aanvullingen en correcties door R.H. Alma.
Met dank aan Elibert Datema voor het scannen en ocr'en.
Aanvullingen en correcties graag naar mailredmeralmanl.



Laatst bijgewerkt 23 november 2012
Naar begin van de pagina